maandag 15 januari 2018

Het Immateriële Cultureel Erfgoed

Wat me de laatste tijd opvalt is dat alles en iedereen op de lijst van Immateriële Cultureel Erfgoed moet. Nu Greate Pier weer. Alle reuzen tussen tot 10 meter hoog, waaronder Greate Pier moeten op de lijst. Greate Pier is de meest noordelijke reus van Europa. Zijn zwaard en zijn daden worden in de volksverhalen vernoemd. Pier zou wel 2,15 meter lang zijn en met één hand een ploeg op kunnen tillen. Zijn zwaard heeft een lengte van 2,13 meter en weegt 6,6 kg. In het Fries Museum is een replica te zien. Hij zette zich in voor de onafhankelijkheid van Friesland in de strijd tegen de graven van Egmond die hij te lijf ging met het enorm zwaard. In het dorpshuis in zijn geboortedorp Kimswerd hangt 'het enige echte zwaard van Greate Pier'. Zijn helm wordt bewaard in het stadhuis van Sneek.
Er is een sage waarin Greate Pier langs de Noord Hollandse kust vaart en met de enorme giek van zijn schip in een klap de torenspitsen van Ransdorp, Spaarnewoude en Muiderberg er af ramde.
De stompe toren van Ransdorp
Een tip voor Leeuwarders die in Noord Holland wonen en de Oldehove missen. Bezoek Ransdorp. Het schilderachtige dorpje vlak bij het Kinselermeer heeft een kerkje met een stompe toren en lijkt op de Oldehove. Alleen staat de toren recht en is niet verzakt, zoals ons fraaie stadsicoon. Dat is wel weer jammer. Daar zouden ze nog iets op moeten vinden.
De stompe torens van  Ransdorp, Spaarnewoude en Muiderberg ken ik vanaf mijn prille jeugdjaren. Regelmatig ging ik achterop de brommer (kaptein mobylette) van mijn vader naar een van deze dorpen. De toren van Spaarnewoude was bijzonder omdat in de muur twee stenen zijn ingemetseld op 269 cm hoogte, de lengte van de reus Klaas van Kieten. Die daar ooit gewoond heeft. De afstand tussen beide stenen (185 cm) zou de maximale afstand zijn van de toppen van de middelvingers van beide handen bij geheel gespreide armen. Van Kieten was een minder oorlogszuchtige reus dan Greate Pier. Alhoewel de geschiedenis hier onduidelijk over is. Reuzen werden maar al te graag geronseld voor het leger omdat ze natuurlijk beresterk waren. Er is ook geen reusachtig zwaard van Klaas van Kieten. Wel staan zijn enorme klompen nog in het kerkje. Klompen die 4 keer groter zijn dan de klomp waarop de gemiddelde boer zich voortbeweegt .
Prima zaak dat beide reuzen op de lijst van Immateriële Cultureel Erfgoed komen. Aan Greate Pier en Klaas van Kieten zal het niet liggen.

zondag 10 december 2017

Eendjes voeren

Westerpark
Soms doe je, je hele leven iets en dan krijg je plotseling te horen dat je het altijd helemaal fout gedaan hebt. Dat had ik laatst met eendjes voeren. Reeds van jongs af aan breng ik mijn oude brood naar de waterkant waar hongerige watervogels kwakend en snaterend op mijn volkorenboterhammen zitten te wachten. Ik vind het een leuke bezigheid en mooi om het spektakel van vliegende en zwemmende vogels te fotograferen. Maar het is dus goed fout. Het bericht werd in eerste instantie via de radio verspreid. Brood bevat geen of nauwelijks voedingswaarde. Shit. Krijg je dat. Ook mijn dwars gebakken volkorenbrood dus niet. Meerder mensen spraken mij er op aan toen ik een paar oude witte bolletjes in de Emmakade gooide. Het leek of iedereen het er over had. Andere mensen zag ik iets graanachtigs in het water gooien of aan de kant strooien. 'Er zit geen voeding in, meneer.'  legde een mevrouw me uit terwijl ze naar mijn bolletjes keek. 'Ze worden er alleen maar dik van.' Ze liet me haar zak met verschillend granen zien. Nu leek me een dikke eend beter dan een magere, maar ik had geen zin in een discussie en ging verder met de witte bolletjes. De vrouw bekeek het met enige minachting. Hoe moest ik van mijn oude brood af als ik het niet aan de eenden kon voeren zoals ik dat gewend was.
In de jaren '50 en '60 toen we nog strenge winters hadden, ging ik als jeugdige vogelaar de deuren langs om oud brood in te zamelen voor onze nooddruftige gevederde vrienden die onder bruggen in wakken zaten te verkommeren. Op de zolder van het huis van mijn ouders had ik een clubhuis (de Zwarte Hand) ingericht in de oude kolenopslag. Een redelijk grote ruimte, die zich bovenaan de trap bevond. Hier werd al het brood gesneden en verpakt alvorens het naar de waterkant te brengen. De kolenopslag werd niet meer gebruikt omdat we zogenoemd stadsgas hadden. Stadsgas werd gemaakt van steenkool en stonk als de hel en was uiterst explosief.
Nieuwestad

We hadden een 12 pitsgaskachel met bakelieten branders en 3 standen. Het ding gaf geen warmte. Dit in tegenstelling met de oude kolenkachel die ik me slechts vaag kan herinneren. Kolen waren beduidend warmer maar veel bewerkelijker in het stoken. Omdat de kachel de boel niet warm stookte en het in de rest van het huis stervenskoud was, werd de keuken bij verwarmd met een Aladin oliekacheltje. In het kleine huis stonk het naar petroleum. De zakken met kolen werden in het najaar omhoog getakeld naar de zolderetage op de 4de verdieping. Aan de gevel hing een takelbalk. Ik kan het me vooral herinnering omdat het een keer goed mis ging. De kolenboer was 3 zakken omhoog aan het hijsen. De onderste zak scheurde langzaam open, waardoor de 2 bovenste los kwamen en het hele zaakje naar beneden kwam. De zakken spatten uit elkaar op het trottoir en de hele straat was zwart van het gruis. De kolenboer wist maar net het vege lijf te redden. Na het gebeuren zag hij er nog zwarter uit dan ervoor. Het heeft dagen geduurd voor de straat weer een beetje schoon was.
Veel later op de Bildtdijken stookte ik een houtkachel. Ik heb verschillende modellen gehad. De mooiste was een Etna platte buiskachel met 3 gaten om pannen op te zetten. Ik kan me de lange winteravonden met een pannetje soep op de kachel nog goed herinneren. Hout scharrelde ik per dag bij elkaar. Ingeval van strenge vorst haalde ik kolen bij de CAF in Oudebildtzijl. Grote eierkolen. Bij zeer strenge vorst werd er antraciet gekocht. Antraciet is warmer en blijft de hele nacht branden. De volgende ochtend hoef je alleen een beetje te porren. Het gevaar van brand of koolmonoxidevergiftiging werd hierbij enig sinds onderschat. Maar lekker warm was het wel.

woensdag 29 november 2017

Uitgezonderd bestemmingsverkeer

Leeuwarden is aan het dichtslibben met auto's. Er zijn 6 grote parkeergarages in het centrum. De stad is ervoor uitgehold als een gatenkaas. Toch is er geen straat in de stad die niet tjokvol staat met blik. De belangrijkste maatregel die de gemeente genomen heeft is een wirwar maken van eenrichtingsverkeersborden. De hele stad staat er vol mee. Dan is er nog het bord met de tekst, 'uitgezonderd bestemmingsverkeer'. Wat nu is bestemmingsverkeer? Iedereen heeft toch een bestemming? In de encyclopedie staat: 'Onder bestemmingsverkeer wordt verkeer verstaan dat een bestemming heeft op het aanliggende deel van de weg'. Daar zit logica in. Ondanks de borden en beperkingen is er geen straat of gracht waar geen auto's mogen komen. Andere steden hebben daarin tegen wel gedeelten van de stad die autovrij of luw zijn.
De zilver-esdoorns op het Wilhelminaplein
Maar Leeuwarden gaat stug door met het bouwen van parkeergarages en met slopen en uithollen van de stad. Dat heb ik altijd merkwaardig gevonden vooral omdat Groen Links een grote partij is in de Friese hoofdstad. Ik heb alleen maar geconstateerd dat pleinen de oprit naar een parkeergarage werden of volgebouwd werden. Een poosje geleden zag ik een tweet van Isabelle Diks. Een Groen Links kamerlid en voormalige wethouder voor milieu in Leeuwarden. In de tweet moedigde ze mensen aan om een trottoirtegel te verwijderen en in de vrijgekomen ruimte iets groens te planten. Er is in Leeuwarden ook een actie groep (Steenbreek) die zich inzet om meer groen in de stad te krijgen door mensen een plant of struik aan te bieden inruil voor een stoeptegel. Een goede actie. In mijn buurtje zie ik er jammer genoeg, weinig van terug. Ik zie alleen maar mensen die hun tuin betegelen. Nu vind ik een stoeptegel verwijderen om plaats te maken voor een plukje groen een beetje mager voor een Groen Links kamerlid. Je vraagt je af wat ze daar doen in Den Haag? Naast de stoeptegel en wat gehannes met buurttuintje kan ik van Diks niets groens herinneren.
Prinsentuin
Het bomen beleid van Leeuwarden is gruwelijk. Verplanten, verschuiven, snoeien en mishandelen. Een boom wordt in Leeuwarden niet oud. Om over de zilver-esdoorns die staan te verpieteren in een uit de kluiten gewassen bloembak op het dak van parkeergarage Zaailand, maar niet te praten. In Leeuwarden worden bomen gezien als stadsmeubilair. Net zo iets als bankjes. Dingen die je naar believen kunt neerpoten waar je wilt. Waarom zorgt Groen Links niet voor meer groen in de stad. Waarom worden er op opengevallen stukken tussen de bebouwing geen parkjes gemaakt, maar komt er altijd weer een nieuw grijze bouwsels.
Op de ontluchtingskoker van de parkeergarage Zaailand heeft de kunstenaar Rene Knip een gedicht over de stad Leeuwarden van Melvin van Eldik aangebracht.


onwemelber

uutdijende stad, wiken en kertieren

langs onbenoemde lanen stromen fan ut komt en ut gaat tussen dageraad en avendfal

bij ringwech over ut spoar tussen uutlaatgas en de geur fan fersbakken broad ut eens wearsinwekkend geloei fan ter doad feroordeeld fee op wech naar ut abbetwaar

op de nieuwe jas fan ut plein hakken kleurege skunen de leegte kapot, flot of stoatend

in de avendstraten bedaart de fugatiese driftechhyd fan alwear un dach

allegro, vivace, presto, prestissimo

haastech, mar noait in ferstikking ferblivend….onwemelber

Melvin van Eldik






vrijdag 27 oktober 2017

Plannen voor (budget) CH18

Omdat de begroting voor Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa 2018 vast nog niet rond is, en er mogelijk een fors tekort zal zijn, volgen hier een aantal goedkope maar toch leuke ideeën.

Omdat CH18 in het teken staat van de Mienskip heb ik de kerstlampjes actie bedacht. Omdat het plan van een lichtkunstwerk op de Afsluitdijk kennelijk niet door gaat, stel ik voor dat iedere Fries een snoertje kerstboomverlichting ophangt aan het begin van de Afsluitdijk. De organisatie moet zorgen dat er voldoende stopcontacten zijn. Of misschien is het beter om ze in te leveren in de Blokhuispoort. Vandaar kan dan een medewerker het coördineren. Wordt vast mooier dan het ontwerp van de Rotterdamse lichtkunstenaar en veel goedkoper. Misschien is het ook leuk om de Oldehove vol met kerstboomverlichting te hangen. Maar dat moet als plan nog uitgewerkt worden.
Afsluitdijk
Een andere leuke en goedkope kunstige versiering is het windmobiel. Toen mijn kinderen nog klein waren verzamelde ik lege wc rolletje, stukjes zilverpapier, ijslolly stokjes en dat soort dingen. Het enige wat ik kocht waren vlieger houtjes en wat lijm. Een beetje knutselen hoeft niet duur te zijn. Voor CH18 kunnen we een hele grote windmobiel bouwen op het Zaailand of in het kale trapgat van het Fries Museum. In plaats van wc rolletje kunnen er lege kartonnen kokkers waar stof opgerold zat, gebruikt worden. In plaats van vlieger houtjes, misschien oude hengels of bamboestokken. Hartstikke leuk.

Een rode neuzen dag. Op even dagen moeten alle mannelijke Friezen een rode neus dragen en op de oneven de Friezinnen. Staat het hele jaar feestelijk en je hoeft niet iedere dag een neus op te hebben. Rode neuzen zijn sterk gereduceerd in prijs. Mensen met een bijstanduitkering krijgen iedere maand bij hun uitkering een verse rode neus. Zodat ze niet het hele jaar met dezelfde neus hoeven lopen.

Gezien het verpletterende succes van de breiwerkjestentoonstelling in het Fries Museum, is het duidelijk dat breien een centrale plaats in moet nemen in het culturele jaar. Om de kosten van breiwol te drukken is misschien mogelijk dat de organisatie op grote schaal de benodigde bolletjes inslaat. Wildbreien is een leuk idee. Omdat de gemeente alle bomen aan het uitmoorden is krijgen de overgebleven bomen allemaal een mooie wollen das of kleurig hesje. Om ze een beetje op te fleuren. Maar het centrale idee is om een enorme das te breien die 5 meter breed is. Een Elfstedendas. De  reuze das krijgt uiteraard een Pompeblêd motief. In Leeuwarden is de start richting Sneek. De Sneekers nemen het over en breien verder naar IJlst en zo gaan we verder langs de route. Uiteindelijk eindigen we weer in Leeuwarden in de Prinsentuin. De start van de das is in januari en de finish moet ergens in december zijn. Liefst voor de kerst.

Het stapelplan is geïnspireerd op de Ecokathedraal in Mildam. Hier kan de gemeente al zijn oude en overtollige bestrating kwijt. Mogelijk kunnen er nog delen van de Drachtsterbrug gebruikt worden. Een Ecokathedraal op het Wilhelminaplein zou de knaller van het jaar kunnen zijn. Jammer is dat je op de korte termijn de begroeiing niet rond krijgt. Aan de zilver-esdoorns die staan te verpieteren in een uit de kluiten gewassen bloembak op het dak van de parkeergarage, hebben we niet veel. Om zoveel mogelijk beplanting te krijgen moet de bovenste etage van de parkeergarage open gegooid worden en worden vol gekieperd met aarde. Misschien is het leuk om de Mercuriusfontein op het plein te plaatsen en te laten overwoekeren door klimop. Als fontein heeft ie het toch nooit goed gedaan dus misschien kunnen we dat beter vergeten. Mogelijk kunnen er nog meer lelijke beelden naast geplaatst worden. Zo kan het culturele jaar leuk en niet duur zijn.
Verdere leuke ideeën volgen.


Ecokathedraal bij Mildam


donderdag 28 september 2017

Het heen en weer

De in- en uitcheckpoortjes op de stations zijn door hun proefperiode gekomen en goed bevonden. Ook station Leeuwarden is sinds kort uitgerust met in- en uitcheckpoortjes. De poortjes zijn volgens de NS om de veiligheid op de stations te verbeteren. Iedereen die in het bezit is van een OV chipkaart met saldo kan het perron op. Ik dus niet, want ik heb geen OV chipkaart. Jammer want ik mag graag wat fotograferen op de perrons of een patatje eten en even in het zonnetje op een bankje zitten. Bij mijn laatste treinreis had ik een zogenoemd goedkoop Kruitvatkaartje. Daar kom je ook mee door de poortjes, maar alleen op de dag dat je het gebruikt. Het is een dagkaart.
Station Leeuwarden ziet er maar raar uit met al die poortjes. Bij de hal en kleine ruimte voor de poortjes is het druk. Bij de poortjes staat spoorwegpolitie en ander NS personeel om de boel in de gaten te houden. Als het poortje waar ik door wil niet direct reageert op mijn Kruitvatkaartje en ik wat sta te emmeren, zie ik de spoorwegpolitie-agent wantrouwend in mijn richting kijken. Natuurlijk houden ze mensen die staan te klooien voor de poortjes in de gaten.


De dame achter me attendeert me erop dat ik mijn kaartje niet op het grote vierkante vlak moet houden, maar op het ronde vlak er onder. “Waar die pijl naar wijst” merkt ze op. Juist. “Grotere pijlen hebben ze niet” volgt er sarcastisch achter aan. Het poortje ontsluit zich en het beveiligingspersoneel ontspant zich weer. Iemand die niet door de poortjes komt is natuurlijk verdacht.
Op de terugweg checkte ik uit bij het verkeerde poortje. Later begreep ik dat de rode poortjes van Arriva zijn en de gele van de NS. Sjonge. Er verscheen een tekst met de mededeling dat ik bij de NS moest uitchecken. Krijgen jullie allemaal het heen en weer, dacht ik en glipte mee, door het open poortje van een medereiziger. Onmiddellijk kwam er een NS medewerker op me af die streng naar mijn kaartje vroeg. Nadat hij mijn Kruitvatkaartje bekeken had mocht ik onuitgecheckt doorlopen. Het rare vond ik dat er ook nog gecontroleerd werd in de trein. Je zou zeggen dat er door al dat in- en uitgecheck geen kip zonder kaartje de trein in komt. Maar een conducteur hoort er natuurlijk bij. Bovendien moet er iemand bij vertrek van de trein op een fluitje blazen. Jammer dat hij geen kniptang meer heeft, maar een of ander elektronisch geval dat rare piepjes geeft. Ook leuk, natuurlijk maar ik denk wel eens met heimwee aan de oude kleine kartonnen kaartjes waar de conducteur enthousiast gaatjes in knipte. Als je een lange reis had leek je kaartje soms wel een gatenkaas. Conducteurs hebben ook geen mooie pet meer en geen rode sjerp waar de kniptang aan hangt en een stempel en dat soort zaken. Ze zijn ook niet echt vriendelijk en maken geen praatje. Uitzonderingen daar gelaten. Dat is jammer. Eigenlijk lopen ze ook voor joker rond, want de in- en uitcheckpoortjes hebben hun werk al gedaan. Misschien hadden ze er beter meer conducteurs bij kunnen nemen, inplaats van die poortjes. Die maffe poortjes kosten ook niet niks. En dan hoeft er ook geen personeel de hele dag naar het gehannes bij de in- en uitcheckpoortjes te kijken. Die kunnen dan weer iets zinvols gaan doen. Zoals kaartjes knippen.
De in- en uitcheckpoortjes van Arriva