vrijdag 27 oktober 2017

Plannen voor (budget) CH18

Omdat de begroting voor Leeuwarden Culturele Hoofdstad van Europa 2018 vast nog niet rond is, en er mogelijk een fors tekort zal zijn, volgen hier een aantal goedkope maar toch leuke ideeën.

Omdat CH18 in het teken staat van de Mienskip heb ik de kerstlampjes actie bedacht. Omdat het plan van een lichtkunstwerk op de Afsluitdijk kennelijk niet door gaat, stel ik voor dat iedere Fries een snoertje kerstboomverlichting ophangt aan het begin van de Afsluitdijk. De organisatie moet zorgen dat er voldoende stopcontacten zijn. Of misschien is het beter om ze in te leveren in de Blokhuispoort. Vandaar kan dan een medewerker het coördineren. Wordt vast mooier dan het ontwerp van de Rotterdamse lichtkunstenaar en veel goedkoper. Misschien is het ook leuk om de Oldehove vol met kerstboomverlichting te hangen. Maar dat moet als plan nog uitgewerkt worden.
Afsluitdijk
Een andere leuke en goedkope kunstige versiering is het windmobiel. Toen mijn kinderen nog klein waren verzamelde ik lege wc rolletje, stukjes zilverpapier, ijslolly stokjes en dat soort dingen. Het enige wat ik kocht waren vlieger houtjes en wat lijm. Een beetje knutselen hoeft niet duur te zijn. Voor CH18 kunnen we een hele grote windmobiel bouwen op het Zaailand of in het kale trapgat van het Fries Museum. In plaats van wc rolletje kunnen er lege kartonnen kokkers waar stof opgerold zat, gebruikt worden. In plaats van vlieger houtjes, misschien oude hengels of bamboestokken. Hartstikke leuk.

Een rode neuzen dag. Op even dagen moeten alle mannelijke Friezen een rode neus dragen en op de oneven de Friezinnen. Staat het hele jaar feestelijk en je hoeft niet iedere dag een neus op te hebben. Rode neuzen zijn sterk gereduceerd in prijs. Mensen met een bijstanduitkering krijgen iedere maand bij hun uitkering een verse rode neus. Zodat ze niet het hele jaar met dezelfde neus hoeven lopen.

Gezien het verpletterende succes van de breiwerkjestentoonstelling in het Fries Museum, is het duidelijk dat breien een centrale plaats in moet nemen in het culturele jaar. Om de kosten van breiwol te drukken is misschien mogelijk dat de organisatie op grote schaal de benodigde bolletjes inslaat. Wildbreien is een leuk idee. Omdat de gemeente alle bomen aan het uitmoorden is krijgen de overgebleven bomen allemaal een mooie wollen das of kleurig hesje. Om ze een beetje op te fleuren. Maar het centrale idee is om een enorme das te breien die 5 meter breed is. Een Elfstedendas. De  reuze das krijgt uiteraard een Pompeblêd motief. In Leeuwarden is de start richting Sneek. De Sneekers nemen het over en breien verder naar IJlst en zo gaan we verder langs de route. Uiteindelijk eindigen we weer in Leeuwarden in de Prinsentuin. De start van de das is in januari en de finish moet ergens in december zijn. Liefst voor de kerst.

Het stapelplan is geïnspireerd op de Ecokathedraal in Mildam. Hier kan de gemeente al zijn oude en overtollige bestrating kwijt. Mogelijk kunnen er nog delen van de Drachtsterbrug gebruikt worden. Een Ecokathedraal op het Wilhelminaplein zou de knaller van het jaar kunnen zijn. Jammer is dat je op de korte termijn de begroeiing niet rond krijgt. Aan de zilver-esdoorns die staan te verpieteren in een uit de kluiten gewassen bloembak op het dak van de parkeergarage, hebben we niet veel. Om zoveel mogelijk beplanting te krijgen moet de bovenste etage van de parkeergarage open gegooid worden en worden vol gekieperd met aarde. Misschien is het leuk om de Mercuriusfontein op het plein te plaatsen en te laten overwoekeren door klimop. Als fontein heeft ie het toch nooit goed gedaan dus misschien kunnen we dat beter vergeten. Mogelijk kunnen er nog meer lelijke beelden naast geplaatst worden. Zo kan het culturele jaar leuk en niet duur zijn.
Verdere leuke ideeën volgen.


Ecokathedraal bij Mildam


donderdag 28 september 2017

Het heen en weer

De in- en uitcheckpoortjes op de stations zijn door hun proefperiode gekomen en goed bevonden. Ook station Leeuwarden is sinds kort uitgerust met in- en uitcheckpoortjes. De poortjes zijn volgens de NS om de veiligheid op de stations te verbeteren. Iedereen die in het bezit is van een OV chipkaart met saldo kan het perron op. Ik dus niet, want ik heb geen OV chipkaart. Jammer want ik mag graag wat fotograferen op de perrons of een patatje eten en even in het zonnetje op een bankje zitten. Bij mijn laatste treinreis had ik een zogenoemd goedkoop Kruitvatkaartje. Daar kom je ook mee door de poortjes, maar alleen op de dag dat je het gebruikt. Het is een dagkaart.
Station Leeuwarden ziet er maar raar uit met al die poortjes. Bij de hal en kleine ruimte voor de poortjes is het druk. Bij de poortjes staat spoorwegpolitie en ander NS personeel om de boel in de gaten te houden. Als het poortje waar ik door wil niet direct reageert op mijn Kruitvatkaartje en ik wat sta te emmeren, zie ik de spoorwegpolitie-agent wantrouwend in mijn richting kijken. Natuurlijk houden ze mensen die staan te klooien voor de poortjes in de gaten.


De dame achter me attendeert me erop dat ik mijn kaartje niet op het grote vierkante vlak moet houden, maar op het ronde vlak er onder. “Waar die pijl naar wijst” merkt ze op. Juist. “Grotere pijlen hebben ze niet” volgt er sarcastisch achter aan. Het poortje ontsluit zich en het beveiligingspersoneel ontspant zich weer. Iemand die niet door de poortjes komt is natuurlijk verdacht.
Op de terugweg checkte ik uit bij het verkeerde poortje. Later begreep ik dat de rode poortjes van Arriva zijn en de gele van de NS. Sjonge. Er verscheen een tekst met de mededeling dat ik bij de NS moest uitchecken. Krijgen jullie allemaal het heen en weer, dacht ik en glipte mee, door het open poortje van een medereiziger. Onmiddellijk kwam er een NS medewerker op me af die streng naar mijn kaartje vroeg. Nadat hij mijn Kruitvatkaartje bekeken had mocht ik onuitgecheckt doorlopen. Het rare vond ik dat er ook nog gecontroleerd werd in de trein. Je zou zeggen dat er door al dat in- en uitgecheck geen kip zonder kaartje de trein in komt. Maar een conducteur hoort er natuurlijk bij. Bovendien moet er iemand bij vertrek van de trein op een fluitje blazen. Jammer dat hij geen kniptang meer heeft, maar een of ander elektronisch geval dat rare piepjes geeft. Ook leuk, natuurlijk maar ik denk wel eens met heimwee aan de oude kleine kartonnen kaartjes waar de conducteur enthousiast gaatjes in knipte. Als je een lange reis had leek je kaartje soms wel een gatenkaas. Conducteurs hebben ook geen mooie pet meer en geen rode sjerp waar de kniptang aan hangt en een stempel en dat soort zaken. Ze zijn ook niet echt vriendelijk en maken geen praatje. Uitzonderingen daar gelaten. Dat is jammer. Eigenlijk lopen ze ook voor joker rond, want de in- en uitcheckpoortjes hebben hun werk al gedaan. Misschien hadden ze er beter meer conducteurs bij kunnen nemen, inplaats van die poortjes. Die maffe poortjes kosten ook niet niks. En dan hoeft er ook geen personeel de hele dag naar het gehannes bij de in- en uitcheckpoortjes te kijken. Die kunnen dan weer iets zinvols gaan doen. Zoals kaartjes knippen.
De in- en uitcheckpoortjes van Arriva


zondag 10 september 2017

Een fiets is iets, maar bijna niets

Sinds enige tijd ben ik bezig om van mijn schuurtje een klein museumpje te maken. In het achterste gedeelte staat mijn bijzondere stenen collectie. Onlangs heb ik een klompje steen van de Drachtsterbrug toegevoegd. Uit sentimentele overwegingen. De brug is onlangs gesloopt. De overige ruimte biedt plaats aan stukken van meer uiteenlopende aard. Voornamelijk machine onderdelen en oude apparaten. Er staat bijvoorbeeld een motorblok van een Solex. Het ding komt van een Solex die ik ooit zou repareren. Toen hij eenmaal uit elkaar lag, bleek ik niet in staat hem weer in de oorspronkelijke situatie terug te brengen. Laat staan te repareren. Uiteindelijk heb ik hem in losse onderdelen aan een oud ijzer verzamelende buurman geschonken. Alleen het motorblok en het aandrijfwiel heb ik om onduidelijke reden gehouden.
Mijn kennis omtrent motoren is beperkt. Een bougie schoonmaken is het hoogtepunt van mijn kunnen. Het aardige van de Solex is, dat ik de benzinetoevoer naar de carburateur kan schoonmaken. Je schroeft een paar boutjes los en legt het slangetje in een bakje benzine om het een poosje te laten weken. Daarna blaas je het ding door en plaatst hem weer op de carburateur. Dit technische hoogstandje gaf me het gevoel dat het met mijn technische kennis wel meeviel. Alleen een hele solex uit elkaar slopen en weer in elkaar zien te prutsen, was een brug te ver. Het leuke was dat je er ook zonder benzineleiding op kon rijden. Je kon van bovenaf voorzichtig wat benzine in de carburateur druppelen en dan tufte je weer een paar kilometer verder. Je moest wel zorgen dat je een flesje benzine bij je had en voorzichtig op de rijdende solex de benzine in het motortje gieten. Als je er voor stopte liep je het risico dat je het ding niet meer aan de praat kreeg. Maar het handige van een Solex is dat je er ook op kunt fietsen als je het motortje van het voorwiel trekt. Niet dat je er dan hard op vooruitkomt, maar het vehikel is ook niet gemaakt voor de TT van Assen. Op een Solex was het ook niet nodig om een helm te dragen. De 20 km per uur haalde ik niet en een beetje enthousiaste fietser kon me zonder problemen passeren. Voor een hogere snelheid had ik een  Kaptein Mobylette. Een zogenoemd EEGtje. Een populair damesbrommertje in die dagen. Scheurde als een racewagen. De remkabeltjes braken wel regelmatig. Meestal op cruciale momenten. Het ding heeft me bijna het leven gekost. Vooral de nachtelijke tochten na een bezoekje aan de Leeuwarder horeca waren soms wat problematisch. De wegen van en naar Leeuwarden waren in de jaren 70 nog niet optimaal.
Wat nu het fietspad naar Stiens is, was vroeger de autoweg en het fietspad was een smalle strook van misschien 50 cm. Later kreeg ik een zwaardere Kaptein Mobylette. Wat met het winderige weer in de provincie wel nodig was. De Mobylette heb ik altijd een beetje een burgertrutjes brommer gevonden. Ik had natuurlijk liever een Puch of een Kreidler willen hebben. Tegenwoordig fiets ik liever. Het is mijn belangrijkste lichaamsbeweging. Ook een elektrische fiets lijkt me niks. Meer iets voor ouwe wijven. Ze doen me soms wel aan mijn oude Solex denken. En dat is wel weer leuk.

donderdag 27 juli 2017

De landbouw pennenlikkers

Enige tijd terug heb ik de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Mijn pensioenopbouw is versplintert over meerde pensioenfondsen. Een klein stukje daarvan ligt bij het BPL. Het pensioenfonds voor de landbouw. Het gaat om één zomer werken in de grasdrogerij van Marrum in de gemeente Ferwerderadeel. De drogerij lag vlak aan de Waddendijk. Het betrof een grote zogenoemde droogketel in een loods. Het ding werd volgepropt met gras, draaide rondje, werd verhit en aan de achterkant kwamen dan de koeiebiks eruit. De biks werden verpakt in zakken van 40 kg om vervolgens door mijn persoon op pallets geplaatst te worden. Acht lagen van vijf zakken per pallet, die vervolgens met een heftruck in een romnyloods gestapeld moesten worden. De werkzaamheden begonnen om 5 uur 's ochtends als de zon opkwam boven het Noorderleeg. De baas betaalde goed, met veel vakantiegeld en een winstbonus. Toen ik rond mijn 65ste ging uitvlooien in welke hoeken en gaten mijn pensioenopbouw zat, kwam ik het BPL tegen. Omdat het maandbedrag laag was, besloot ik om het af te kopen. Ook niet veel, maar dan heb je nog wat. Formulieren ingevuld, bankrekening erbij en wachten maar. Het viel me trouwens op dat alles nog gewoon met de post ging. Email is kennelijk niet echt agrarisch.
Het Noorderleeg
Toen we ruim een half jaar verder waren en ik niets meer vernomen had van de BPL ging ik eens op hun website kijken. De kleurige website stond vol met leuke, frisse en lachende jongeren die tomaten aan het plukken waren of zichtbaar gelukkig op een trekker iets met aardappels deden. Op de grasdrogerij van Marrum heb ik ze nooit zo in hun nopjes gezien, vooral niet 's ochtens om 5 uur. Bij bestudering van de vrolijke site, kwam ik er achter dat het BPL de AOW gerechtigde leeftijd iets anders vindt dan de pensioenleeftijd. Volgens de landbouwclub begint die pas op je 67ste. Nu wordt de AOW leeftijd opgetrokken naar 67. Maar zo ver was het voor mij nog niet. Het was te weinig geld om me druk over te maken, maar het zat me wel dwars. Stel dat je hele pensioenopbouw bij die club ligt. Het is gewoon 2 jaar jatten. Je overlijdensleeftijd wordt tenslotte ook niet 2 jaar opgeschoven. Uiteindelijk besloot ik een mailtje te sturen met de mededeling dat ik me poen wou. Het duurde even maar er kwam uiteindelijk een beetje bescheten antwoord. Ik moest een formulier invullen. Hoe bestaat het. Het formulier zou per post gestuurd worden binnen 14 dagen. Ze namen ruim de tijd om een stukje papier in een envelop te stoppen. Maar dan zou de pensioen afkoop ook in behandeling genomen worden. Dom van me natuurlijk dat ik gewoon dacht dat ze mijn geld konden overmaken. Natuurlijk moeten ze mijn pensioenopbouw behandelen. Na ruim een week kwam er inderdaad een formulier met de post. Snel ingevuld en terug gestuurd naar de landbouw pennenlikkers. Weer 14 dagen later kwam er een brief waarin vermeld werd dat mijn formulier in goede orde was ontvangen. Ik blij. Mijn pensioengelden waren nu in behandeling. Na 14 dagen behandelen wederom een brief. Ze hadden een kopie van mijn ID kaart nodig. Donders. Nog steeds niet uitbehandeld. Als het zo doorgaat ben ik ondertussen 67. Snel het document verstuurd. Weer 2 weken verder kreeg ik op verheugde toon een brief dat de behandeling afgerond was en ik mijn pensioen zou krijgen. Pfffff... Nu wachten op de storting. Zou het er voor de kerst zijn? Na 14 dagen niets vernomen te hebben van het BPL, laat staan iets van een storting waargenomen te hebben, besloot ik te bellen. Na een half uur in de wachtrij met een lullig muziekje te zijn gezet, kreeg ik een meneer die het allemaal haarfijn zou gaan uitvlooien voor me. Na wederom 10 minuten naar het lullige muziekje te hebben geluisterd kwam hij vrolijk terug met de mededeling dat ik nog niet verwerkt was. Nu had ik al een vermoede in die richting. Niet verwerkt, natuurlijk, he he. Nu weten we het. Ik kon op het randje een opkomende woede aanval onderdrukken.
Voorzichtig, inwendig vloekend en met alle vriendelijkheid die ik nog uit de diepte naar boven wist te krijgen, vroeg ik, 'kunt u me dan vertellen wanneer ik verwerkt ben'? 'Phoooeee', verzuchte de landbouw pennenlikker,  'meneer de Bood... wat zal ik zeggen, tja. Weet u'. Nee ik wist het niet? 'We hebben het erg druk. Zou u misschien volgende week nog een keer kunnen bellen. Dan weet ik meer'. Hier knapte er iets in me. De telefoon uit het raam gooien leek de enige optie. Omdat ik op het punt stond enige zeer grove vloeken in de hoorn te schreeuwen kon ik net op tijd de verbinding verbreken. Ik ben maar in de tuin gaan zitten. Dat heeft altijd een kalmerende uitwerking op me. De egel familie die onder het schuurtje van de buurman woont kwam net langs. Het gezin was onderweg naar de klimop. In de dichte begroeiing vinden ze slakjes en ander voedsel. Het leven van een egel is duidelijk een stuk eenvoudiger dan dat van de mens. Ze hoeven niet verwerkt te worden door het BPL. En al helemaal niet tot sint-juttemis te wachten op hun pensioen.

woensdag 5 juli 2017

Over geheime plekjes en waterpoorten

De Sneeker Waterpoort
Al een poosje liep ik met het idee om een paar foto's van de waterpoort in Sneek te maken. Ik was er ooit eens geweest en had het oude bouwwerk wel gezien maar had te weinig tijd om hem goed te bekijken. De poort is mede zo interessant omdat het laat zien hoe onzorgvuldig Leeuwarden omspringt met het cultureel erfgoed. Nu werden de 4 Leeuwarder land- en waterpoorten al in de 19de eeuw gesloopt. Ze vormden onderdeel van de verdedigingswerken. Toen er geen reden meer was om de boel te verdedigen, werden als eersten de poorten afgebroken. In Sneek moet zich hetzelfde voorgedaan hebben, maar de Snekers lieten hun poort staan. Misschien vonden ze het handig om in de peiling te houden wie hun stad binnen kwam varen. Of misschien vonden ze het gewoon een mooie poort. Wat het ook is. Ook de oude watertoren werd niet gesloopt, zoals in Leeuwarden. De Sneker watertoren vind ik eigenlijk niet echt mooi. De oude verdwenen Leeuwarder watertoren was mooier. Maar daar hebben we nu niet zoveel meer aan.
Bouw van het M.C. Escher Akwadukt
Hoewel er dit jaar volop gesloopt wordt in Leeuwarden is het belangrijkste sloopobject de Drachtsterbrug. Hij staat al in de planning. In augustus wordt het M.C. Escher Akwadukt geopend. Het nieuwe akwadukt is naast de brug gebouwd. Daarna moet zo snel mogelijk de scheepvaart belemmerende brug er aan geloven. Het is geen mooie brug. Toch kunnen bouwsels die niet mooi zijn, heel fotogeniek zijn. Vrouwen hebben dat trouwens ook, maar dit terzijde. Onder de oprit van de brug was een vrijplaats voor graffiti spuitende jongeren. Een beetje geheim stukje Leeuwarden. Ook daklozen brachten er de nacht door. Koud en winderig, maar wel droog.
Onder de Drachtsterbrug
Ik heb wel eens gedacht dat het een mooie plek zou zijn voor een popconcert, een theatervoorstelling of iets met modern ballet. Uiteindelijk was het een stuk grond waar niets mee gedaan werd. Een niemandsland. Best spannend daar aan de oevers van het van Harinxmakanaal. Ik kon in het bestemmingsplan niet terug vinden wat er met mijn geheime stukje grond gaat gebeuren. Hopelijk iets met groen, maar het  zal wel bebouwd worden. Gelukkig heb ik meerdere geheime stukjes stad. Maar die zijn geheim. Uiteraard.
Drachtsterbrug