donderdag 27 juli 2017

De landbouw pennenlikkers

Enige tijd terug heb ik de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Mijn pensioenopbouw is versplinter over meerde pensioenfondsen. Een klein stukje daarvan ligt bij het BPL. Het pensioenfonds voor de landbouw. Het gaat om één zomer werken in de grasdrogerij van Marrum in de gemeente Ferwerderadeel. De drogerij lag vlak aan de Waddendijk. Het betrof een grote zogenoemde droogketel in een loods. Het ding werd volgepropt met gras, draaide rondje, werd verhit en aan de achterkant kwamen dan de koeiebiks eruit. De biks werden verpakt in zakken van 40 kg om vervolgens door mijn persoon op pallets geplaatst te worden. Acht lagen van vijf zakken per palet, die vervolgens met een heftruck in een romnyloods gestapeld moesten worden. De werkzaamheden begonnen om 5 uur 's ochtends als de zon opkwam boven het Noorderleeg. De baas betaalde goed, met veel vakantiegeld en een winstbonus. Toen ik rond mijn 65ste ging uitvlooien in welke hoeken en gaten mijn pensioenopbouw zat, kwam ik het BPL tegen. Omdat het maandbedrag laag was, besloot ik om het af te kopen. Ook niet veel, maar dan heb je nog wat. Formulieren ingevuld, bankrekening erbij en wachten maar. Het viel me trouwens op dat alles nog gewoon met de post ging. Email is kennelijk niet echt agrarisch.
Het Noorderleeg
Toen we ruim een half jaar verder waren en ik niets meer vernomen had van de BPL ging ik eens op hun website kijken. De kleurige website stond vol met leuke, frisse en lachende jongeren die tomaten aan het plukken waren of zichtbaar gelukkig op een trekker iets met aardappels deden. Op de grasdrogerij van Marrum heb ik ze nooit zo in hun nopjes gezien, vooral niet 's ochtens om 5 uur. Bij bestudering van de vrolijke site, kwam ik er achter dat het BPL de AOW gerechtigde leeftijd iets anders vindt dan de pensioenleeftijd. Volgens de landbouwclub begint die pas op je 67ste. Nu wordt de AOW leeftijd opgetrokken naar 67. Maar zo ver was het voor mij nog niet. Het was te weinig geld om me druk over te maken, maar het zat me wel dwars. Stel dat je hele pensioenopbouw bij die club ligt. Het is gewoon 2 jaar jatten. Je overlijdensleeftijd wordt tenslotte ook niet 2 jaar opgeschoven. Uiteindelijk besloot ik een mailtje te sturen met de mededeling dat ik me poen wou. Het duurde even maar er kwam uiteindelijk een beetje bescheten antwoord. Ik moest een formulier invullen. Hoe bestaat het. Het formulier zou per post gestuurd worden binnen 14 dagen. Ze namen ruim de tijd om een stukje papier in een envelop te stoppen. Maar dan zou de pensioen afkoop ook in behandeling genomen worden. Dom van me natuurlijk dat ik gewoon dacht dat ze mijn geld konden overmaken. Natuurlijk moeten ze mijn pensioenopbouw behandelen. Na ruim een week kwam er inderdaad een formulier met de post. Snel ingevuld en terug gestuurd naar de landbouw pennenlikkers. Weer 14 dagen later kwam er een brief waarin vermeld werd dat mijn formulier in goede orde was ontvangen. Ik blij. Mijn pensioengelden waren nu in behandeling. Na 14 dagen behandelen wederom een brief. Ze hadden een kopie van mijn ID kaart nodig. Donders. Nog steeds niet uitbehandeld. Als het zo doorgaat ben ik ondertussen 67. Snel het document verstuurd. Weer 2 weken verder kreeg ik op verheugde toon een brief dat de behandeling afgerond was en ik mijn pensioen zou krijgen. Pfffff... Nu wachten op de storting. Zou het er voor de kerst zijn? Na 14 dagen niets vernomen te hebben van het BPL, laat staan iets van een storting waargenomen te hebben, besloot ik te bellen. Na een half uur in de wachtrij met een lullig muziekje te zijn gezet, kreeg ik een meneer die het allemaal haarfijn zou gaan uitvlooien voor me. Na wederom 10 minuten naar het lullige muziekje te hebben geluisterd kwam hij vrolijk terug met de mededeling dat ik nog niet verwerkt was. Nu had ik al een vermoede in die richting. Niet verwerkt, natuurlijk, he he. Nu weten we het. Ik kon op het randje een opkomende woede aanval onderdrukken.
Voorzichtig, inwendig vloekend en met alle vriendelijkheid die ik nog uit de diepte naar boven wist te krijgen, vroeg ik, 'kunt u me dan vertellen wanneer ik verwerkt ben'? 'Phoooeee', verzuchte de landbouw pennenlikker,  'meneer de Bood... wat zal ik zeggen, tja. Weet u'. Nee ik wist het niet? 'We hebben het erg druk. Zou u misschien volgende week nog een keer kunnen bellen. Dan weet ik meer'. Hier knapte er iets in me. De telefoon uit het raam gooien leek de enige optie. Omdat ik op het punt stond enige zeer grove vloeken in de hoorn te schreeuwen kon ik net op tijd de verbinding verbreken. Ik ben maar in de tuin gaan zitten. Dat heeft altijd een kalmerende uitwerking op me. De egel familie die onder het schuurtje van de buurman woont kwam net langs. Het gezin was onderweg naar de klimop. In de dichte begroeiing vinden ze slakjes en ander voedsel. Het leven van een egel is duidelijk een stuk eenvoudiger dan dat van de mens. Ze hoeven niet verwerkt te worden door het BPL. En al helemaal niet tot sint-juttemis te wachten op hun pensioen.

woensdag 5 juli 2017

Over geheime plekjes en waterpoorten

De Sneeker Waterpoort
Al een poosje liep ik met het idee om een paar foto's van de waterpoort in Sneek te maken. Ik was er ooit eens geweest en had het oude bouwwerk wel gezien maar had te weinig tijd om hem goed te bekijken. De poort is mede zo interessant omdat het laat zien hoe onzorgvuldig Leeuwarden omspringt met het cultureel erfgoed. Nu werden de 4 Leeuwarder land- en waterpoorten al in de 19de eeuw gesloopt. Ze vormden onderdeel van de verdedigingswerken. Toen er geen reden meer was om de boel te verdedigen, werden als eersten de poorten afgebroken. In Sneek moet zich hetzelfde voorgedaan hebben, maar de Snekers lieten hun poort staan. Misschien vonden ze het handig om in de peiling te houden wie hun stad binnen kwam varen. Of misschien vonden ze het gewoon een mooie poort. Wat het ook is. Ook de oude watertoren werd niet gesloopt, zoals in Leeuwarden. De Sneker watertoren vind ik eigenlijk niet echt mooi. De oude verdwenen Leeuwarder watertoren was mooier. Maar daar hebben we nu niet zoveel meer aan.
Bouw van het M.C. Escher Akwadukt
Hoewel er dit jaar volop gesloopt wordt in Leeuwarden is het belangrijkste sloopobject de Drachtsterbrug. Hij staat al in de planning. In augustus wordt het M.C. Escher Akwadukt geopend. Het nieuwe akwadukt is naast de brug gebouwd. Daarna moet zo snel mogelijk de scheepvaart belemmerende brug er aan geloven. Het is geen mooie brug. Toch kunnen bouwsels die niet mooi zijn, heel fotogeniek zijn. Vrouwen hebben dat trouwens ook, maar dit terzijde. Onder de oprit van de brug was een vrijplaats voor graffiti spuitende jongeren. Een beetje geheim stukje Leeuwarden. Ook daklozen brachten er de nacht door. Koud en winderig, maar wel droog.
Onder de Drachtsterbrug
Ik heb wel eens gedacht dat het een mooie plek zou zijn voor een popconcert, een theatervoorstelling of iets met modern ballet. Uiteindelijk was het een stuk grond waar niets mee gedaan werd. Een niemandsland. Best spannend daar aan de oevers van het van Harinxmakanaal. Ik kon in het bestemmingsplan niet terug vinden wat er met mijn geheime stukje grond gaat gebeuren. Hopelijk iets met groen, maar het  zal wel bebouwd worden. Gelukkig heb ik meerdere geheime stukjes stad. Maar die zijn geheim. Uiteraard.
Drachtsterbrug

zaterdag 13 mei 2017

Analoge klappertjes

Mijn verzameling nutteloze maar dierbare stukken bestaat uit 2 delen. Een gedeelte staat opgeslagen in mijn schuurtje en bevat stenen of stukjes steen van verschillende gesloopte panden. Onder andere een hoekje van een gedenksteen uit het voormalig Bonifatius hospitaal. De letters ólk' zijn nog te lezen. Als iemand weet wat het gehele woord is, dan zou ik dat graag vernemen. Avonden heb ik er over zitten piekeren. Volk leek me het meest aannemelijk, maar kolk of wolk kan ook of erger, het zou in het Latijns kunnen zijn. Dan staat er iets als Orie et camolk. Of iets dergelijks. Maar ik vrees dat ik het bij leven nooit zal weten. Bij de verzameling in de schuur koester ik ook mijn stukje hout van het Elfstedenbrugje van Bartlehiem. Van het oorspronkelijke brugje, wel te verstaan. Het betreft een authentiek plankje. Cultuurbarbaren van de gemeente Tietjerksteradeel hebben het brugje inmiddels vernieuwd en voorzien van nieuwe houtdelen. Mijn plankje kon ik op het nippertje redden. Friesland mag me dankbaar zijn, omdat ik zo een belangrijk stuk heb gered. Eigenlijk hoort mijn plankje thuis in het Fries Museum. Ik ben alleen bang dat ze daar het historisch stuk niet op waarde zullen inschatten.
Kerncentrale bij het Belgische Doel

In de huiskamer bewaar ik het tweede gedeelte van de collectie. Deze bestaat onder andere uit tegels. Een mij dierbare vloertegel komt uit een huis van Belgische het plaatsje 'Doel'. Waar een kerncentrale staat. Omdat niemand er wil wonen is Doel een spookdorp geworden. Uit een van de leegstaande huizen heb ik de tegel mee genomen. Het is een lelijke kleurloze tegel waar een hoekig motief op staat. Veel gevoel voor vormgeving hebben die Belgen niet. Maar het gaat me meer om de gevoelswaarde. De herinnering. 
Vloertegel uit Doel
Onder het weinige wat ik uit mijn ouderlijk huis heb behoort een klein potje. Het is een fraai potje dat ooit op het bureau van mijn grootvader stond. In het potje zitten kleine dingetjes. Mijn vader verzamelde van alles. Vaak onduidelijke zaken. Hij stopte het in potjes en doosjes. In het potje van mijn grootvader zit ook een jarretel van mijn moeder. Of althans een gedeelte waarmee je de kous vastzet. Een clipje. Mijn moeder was een kleine dikke vrouw. Ze droeg erg ingewikkeld ondergoed. Een reusachtig korset dat haar gehele boven lichaam als een harnas insloot. De aan- en uitkleed ceremonie vond achter de deur van de klerenkast plaats. De schuifdeur die vanuit de huiskamer toegang bood tot de slaapkamer bleef open. Zodat we dagelijks de rituelen konden horen. Net als de buren, trouwens. Mijn vader moest alle haakjes in de oogjes zien te wurmen. Een tijdrovende klus die gepaard ging met veel gevloek. De jarretels in het potje zijn afgeknipt. Ik zal nooit weten waar ze van afgeknipt zijn? Ik heb het vermoeden dat ze onderaan het korset hingen. Iets als een jarretelgordel of kousenband heb ik in de garderobe van mijn moeder nooit gesignaleerd. Waarom mijn vader het bewaarde is onduidelijk. Maar dat geld voor de meeste dingen die hij bewaarde. Er zit in het potje nog een manchetknoop, een klein stukje koraal en een fijnstemmer voor een viool, een medaille voor een zwemwedstrijd uit 1936 en een klappertjesraket. Jofel speelgoed. Het klappertje plaatste je in de voorkant van de raket, waarna je hem hoog in de lucht gooide. Als het ding dan op de stoep viel dan hoorde je dan het gewenste knalletje. De klappertjesraket was vroeger zeer populair. Vandaag de dag zie je ze niet meer. Misschien dat hele jonge kinderen nog een klapperpistooltje of raketje voor hun verjaardag krijgen. Maar de smartfoon heeft de plaats ingenomen van het analoge geklapper. Net zoals de volwassen lopen jongeren de hele dag met het scherm van een smartfoon voor hun neus. Als je een groepje scholieren ziet, dan hebben ze geheid allemaal zo een ding. Eigenlijk vind ik het armoede. 'Ga toch spelen' denk ik wel eens. Een klappertjesraket is toch veel leuker.



maandag 27 maart 2017

De daken van de stad

Mijn ouders waren vroeger lid van de VARA. De omroep stond toen destijds bekend als links. Er werden linksige items uitgezonden in de actualiteitenrubrieken. Ook de andere programma's hadden vaak een links karakter. De politieke voorkeur van de omroep werd niet onder stoelen en banken geschoven. De VARA had toen nog een eigen identiteit en liet zich nog niet meeslepen met de mainstream. Nu was in de jaren 60 mijn belangstelling voor de zwart-wit TV van mijn ouders minimaal. Het betrof een groot geval. Het televisietijdperk stond nog in de kinderschoenen en er was nog maar een zender. De uitzendingen duurde ook niet zo lang. Om 10 uur ’s avonds stopte het al. In een later stadium kwam er een tweede zender bij. Voor een goede ontvangst moest op de bestaande Nederland 1 antenne een tweede kleinere antenne gemonteerd worden. De daken van de stad stonden vol met antennemasten. Veel masten werden tegen de huizen gemonteerd. Langs de huizen bungelde draden die via de vensters naar de televisies liepen. Ik kocht zelf nooit een antenne omdat er zoveel antenne resten en stukken op het dak lagen waar ik met wat geknutsel een nieuwe van samenstelde.
De laatste mast die ik zelf in gebruik had was in Nieuwebildtzijl. De ontvangst was beperkt en sterk afhankelijk van het weertype. Bij helder weer had je een betere ontvangst dan bij bewolkt en regenachtig weer. Als het beeld slecht was dan moest ik het dak op om de antenne te draaien, teneinde hem beter op de zender te richten. Een regelmatig terugkerend ritueel waarbij mijn toenmalige partner beneden hard ja of nee moest roepen naar gelang de verbetering of verslechtering van de beeldkwaliteit. Een toestand die niet ongevaarlijk was. Het betrof een oud en gammel dak en ik moest acrobatische toeren uithalen om de antenne te draaien. De mast was tegen de schoorsteen gemonteerd dus daar moest je bovenuit zien te komen. Balanceren op de nok. Achteraf verbaas ik me nog wel eens dat ik niet door het dak gegaan ben. Bij mistig weer was het mogelijk om Duitsland te ontvangen en soms ook wat schimmige beelden van Scandinavische landen. Hartstikke leuk. Aan de dijken was nog geen kabel. Ik miste het niet.
Een beperkt aanbod heeft voordelen. Een of twee slechte zenders zijn beter te hanteren dan dertig slechte zenders. Bovendien is de kwaliteit van de Nederlandse televisie dermate belabberd dat een sneeuwerig beeld geen enkel probleem vormde. Lang na de komst van de kleuren televisie bleef ik zwart wit kijken. Deels door de kosten van een kleurenapparaat maar vooral door desinteresse in het medium. Ik heb nog jaren een zwart wit camping televisie gehad met een zogeheten kamer antenne, bestaande uit 2 uitschuifbare sprieten. Geweldig ding. Soms zag je zelfs schimmige figuren door de ruis. Ik denk dat we weer terug moeten naar de zwart wit televisie. De grammofoonplaat en het cassettebandje zijn ook weer terug.  Ik voorspel dat de zwart wit televisie het in 2018 helemaal gaat maken. Let maar op.

vrijdag 27 januari 2017

Verdwenen treurnis

Mariniersespel 2004
De Mariniersespel is verdwenen. De oude pleintjes in de Vrijheidswijk zijn gesloopt. Er zijn dure koopwoningen voor in de plaats gekomen. Ik fiets er nog wel eens langs als ik groenten ga kopen in de dorpstuin van Snakkerburen. Wat me opvalt is dat de nieuwbouw die ervoor in de plaats gekomen is, er net zo treurig uitziet als de verdwenen huizen van de Mariniersespel. Ik woonde er in een ruime eengezinswoning. Het was een donker huis. Somber. Soms dacht ik dat er een entiteit in het huis zat. Voorwerpen veranderde van plaats. Als ik voor het slapen, een bepaald doosje op een plek neerlegde, lag het de volgende dag ergens anders. Soms hoorde ik ‘s nacht geschuif van meubels. Als ik dan naar beneden ging om te kijken, bleek alles gewoon op zijn plaats te staan. In mijn huiskamer hing dan een alles verpletterend stilte. Ik raakte ervan overtuigd dat er ooit een moord gepleegd was. Misschien wel meerderen. Het huis had een tuin met kleiachtige grond met veel kiezels en stenen. De Vrijheidswijk is waarschijnlijk de meest multi-culturele wijk van Leeuwarden. Naast me woonde een Vietnamees gezin. Een vader, moeder en een beeld schone dochter. Haar lach kon van een donkere dag een stralende maken. De moeder reed op een kinderfietsje. Dit om een indruk te geven van het formaat van mijn buren. Het gezin voorzag in het onderhoud door middel van een loempiakarretje dat achter het huis geparkeerd stond. De loempiaatjes werden in de keuken gefabriceerd. Soms als ik even door de tuin liep kreeg ik er een aangeboden en stond het gezin trots te stralen als ik de lekkernij opat en kenbaar maakte hoe lekker ik het wel vond. Soms kwam er Vietnamese muziek door de muur. Naar het leek waren daar vaste tijden voor en het duurde nooit lang. Treurige en weemoedige muziek, die iets weg had van een ceremonie. Het maakte het er niet vrolijker op.
Mariniersespel 2004
De buurman of vrouw aan de andere kant heb ik nooit gezien. Door de spaarzame geluiden die ik door de muur hoorde constateerde ik aanwezigheid in het huis naast me. Om mij onduidelijke reden noemde ik de persoon aan de andere kant van de muur, ‘de heks’. De geluiden die doordrongen kwamen vanuit de grote ouder slaapkamer aan de straatkant. Een enkele keer klonk het geluid van een elektrische piano. Er werd een deuntje gespeeld dat gedurende 10 minuten herhaald en herhaald werd. Dan werd het weer stil. In een poging iets meer van de heks te weten te komen heb ik een keer door de struiken in de huiskamer naast me gegluurd. Het was een huiskamer met weinig meubels. Op de vloer lagen Perzische tapijten. Ook aan de muren hingen Oosters aandoende doeken en afbeeldingen. Midden in de kamer stond een tafel met daarop een groot schaakbord met een afgebroken partij erop. Pas later begreep ik dat er iemand ziek lag te zijn naast me. De dame die ik dagelijks op de fiets langs zag komen was een wijkverpleegster en een enkele keer zag ik een ambulance een grote zuurstoffles brengen. Er vonden dus geen bovenaardse rituelen plaats. Dat viel een beetje tegen. Maar er gebeurde meer wonderlijke zaken op de Mariniersespel. Zo trof ik op een ochtend een schoppenaas aan op de bodem van mijn huisvuilcontainer die aan de straatkant voor de deur stond. Aanvankelijk schonk ik er geen aandacht aan. Maar toen ik er over na ging denken concludeerde ik dat het niet klopte. Ik had de speelkaart er niet zelf in gegooid. Ik had geen speelkaarten in huis. Later wist een vriend me uit te leggen dat het een waarschuwing was. ‘Je moet oppassen als hij met een mes in je voordeur zit’. Wist hij nog te melden. Ik zat nu met de vraag uit welke hoek de speelkaart kwam. Twee huizen verder woonde een Indonesische familie. Waarmee ik geen contact had. Daarnaast een alleenstaande Oosterse man. Naar zeggen van de Nederlandse buurvrouw van de overkant, zou het een fakir zijn. De man stak messen en ander keukengerei door zijn tong en en lag regelmatig op een plank met spijkers. De speelkaart had zonder twijfel met de fakir te maken, maar bewijzen ervoor had ik niet.
De Mariniersespel lag vlak aan de Dokkumer Ee. Bij Snakkerburen en Lekkum. Dat was een prettige bijkomstigheid. Bijna dagelijks wandelde ik langs de oevers. Even weg uit de deprimerende wijk. De Mariniersespel bestaat niet meer en het zou beter geweest als hij nooit gebouwd was.
Dokkumer Ee