Posts tonen met het label Melvin van Eldik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Melvin van Eldik. Alle posts tonen

woensdag 29 november 2017

Uitgezonderd bestemmingsverkeer

Leeuwarden is aan het dichtslibben met auto's. Er zijn 6 grote parkeergarages in het centrum. De stad is ervoor uitgehold als een gatenkaas. Toch is er geen straat in de stad die niet tjokvol staat met blik. De belangrijkste maatregel die de gemeente genomen heeft is een wirwar maken van eenrichtingsverkeersborden. De hele stad staat er vol mee. Dan is er nog het bord met de tekst, 'uitgezonderd bestemmingsverkeer'. Wat nu is bestemmingsverkeer? Iedereen heeft toch een bestemming? In de encyclopedie staat: 'Onder bestemmingsverkeer wordt verkeer verstaan dat een bestemming heeft op het aanliggende deel van de weg'. Daar zit logica in. Ondanks de borden en beperkingen is er geen straat of gracht waar geen auto's mogen komen. Andere steden hebben daarin tegen wel gedeelten van de stad die autovrij of luw zijn.
De zilver-esdoorns op het Wilhelminaplein
Maar Leeuwarden gaat stug door met het bouwen van parkeergarages en met slopen en uithollen van de stad. Dat heb ik altijd merkwaardig gevonden vooral omdat Groen Links een grote partij is in de Friese hoofdstad. Ik heb alleen maar geconstateerd dat pleinen de oprit naar een parkeergarage werden of volgebouwd werden. Een poosje geleden zag ik een tweet van Isabelle Diks. Een Groen Links kamerlid en voormalige wethouder voor milieu in Leeuwarden. In de tweet moedigde ze mensen aan om een trottoirtegel te verwijderen en in de vrijgekomen ruimte iets groens te planten. Er is in Leeuwarden ook een actie groep (Steenbreek) die zich inzet om meer groen in de stad te krijgen door mensen een plant of struik aan te bieden inruil voor een stoeptegel. Een goede actie. In mijn buurtje zie ik er jammer genoeg, weinig van terug. Ik zie alleen maar mensen die hun tuin betegelen. Nu vind ik een stoeptegel verwijderen om plaats te maken voor een plukje groen een beetje mager voor een Groen Links kamerlid. Je vraagt je af wat ze daar doen in Den Haag? Naast de stoeptegel en wat gehannes met buurttuintje kan ik van Diks niets groens herinneren.
Prinsentuin
Het bomen beleid van Leeuwarden is gruwelijk. Verplanten, verschuiven, snoeien en mishandelen. Een boom wordt in Leeuwarden niet oud. Om over de zilver-esdoorns die staan te verpieteren in een uit de kluiten gewassen bloembak op het dak van parkeergarage Zaailand, maar niet te praten. In Leeuwarden worden bomen gezien als stadsmeubilair. Net zo iets als bankjes. Dingen die je naar believen kunt neerpoten waar je wilt. Waarom zorgt Groen Links niet voor meer groen in de stad. Waarom worden er op opengevallen stukken tussen de bebouwing geen parkjes gemaakt, maar komt er altijd weer een nieuw grijze bouwsels.
Op de ontluchtingskoker van de parkeergarage Zaailand heeft de kunstenaar Rene Knip een gedicht over de stad Leeuwarden van Melvin van Eldik aangebracht.


onwemelber

uutdijende stad, wiken en kertieren

langs onbenoemde lanen stromen fan ut komt en ut gaat tussen dageraad en avendfal

bij ringwech over ut spoar tussen uutlaatgas en de geur fan fersbakken broad ut eens wearsinwekkend geloei fan ter doad feroordeeld fee op wech naar ut abbetwaar

op de nieuwe jas fan ut plein hakken kleurege skunen de leegte kapot, flot of stoatend

in de avendstraten bedaart de fugatiese driftechhyd fan alwear un dach

allegro, vivace, presto, prestissimo

haastech, mar noait in ferstikking ferblivend….onwemelber

Melvin van Eldik






zaterdag 27 juni 2015

Oppe Sonnewei

In mijn klerenkast heeft jaren een grote ijzeren klerenhanger gehangen. Het ding bestond uit twee delen. Op het bovenste gedeelte kon het jasje hangen en op het onderste de broek. De klerenhanger was afkomstig uit het voormalig openluchtbad de Kleine Wielen. Ik heb de hanger ooit meegenomen toen het bad al gesloten was. Vlak voor de sloop. In de verlaten kleedkamers hingen hele rijen klerenhangers. Ik zal hem wel meegenomen hebben als souvenir, alhoewel ik geen speciale herinneringen heb aan het bad. Leeuwarden heeft nu geen openluchtbad meer. Wel ben ik ooit met mijn zonen op een snik hete dag naar een stampvol openluchtbad in Stiens geweest. Het betrof een klein bad dat afgeladen was met naar verkoeling zoekende mensen. Je kon bijna geen water meer zien. Hoewel mijn zonen daar geen enkele probleem in zagen en vrolijk in de massa doken, zag ik af van zwemmen. Ik had trouwens geen zwembroek bij me. Ik kan slecht tegen chloor en zwem in principe alleen zonder zwembroek in de vrije natuur. Het was dus zaak om op andere wijze verkoeling te zoeken. Het zwembad had een zonneweide waar mensen in de brandende zon op een handdoek lagen. Daar kun je moeilijk tussen gaan liggen in je lange broek en overhemd. Behalve een klein stenen gebouwtje was er verder geen enkele bebouwing of bebossing. De temperatuur moet tegen de 40 graden gelopen hebben. Alleen bij het gebouwtje was een klein streepje schaduw waar ik een stoel naar toe sleepte. Ik heb er de hele middag met stijgende verbazing naar de zwembadrituelen van de andere bezoekers gekeken.
Een gegeven moment moest de eerste hulp er aan te pas komen omdat één persoon vanaf de duikplank boven op een ander persoon gedoken was. Even later arriveerde met veel lawaai een ambulance, omdat er een oudere vrouw in een omvangrijk, gebloemd badpak, bevangen was door de warmte. Het was een enerverende middag. De badmeester moest meerdere onregelmatigheden de kop in drukken. Ik kan me een handgemeen herinneren tussen een klein mannetje met een badmuts en een duikbril op, en een grote dikke vrouw. Het mannetje zou in zijn poging om het baan record te breken, tegen haar zoontje aan gezwommen zijn. Het jongetje zou hierbij letsel opgelopen hebben. Het mannetje kon op het nippertje door omstanders gered worden. Zwemmen is een prachtige sport. Maar waarom mensen op een kluitje in een klein bakje gechloord water elkaar het leven zuur maken is me een raadsel. Zelf werd ik in mijn jonge jaren door mijn ouders lid gemaakt van een waterpolovereniging. Omdat een oom in het Nationale waterpolo team gezeten had, werd door mijn ouders aangenomen dat ook ik over buitengewone zwemkwaliteiten zou beschikken. Deze veronderstelling bleek volledig ongegrond. Ik kon zonder te verdrinken in het water drijven, maar bleek niet instaat te zijn om de gecoördineerde bewegingen te maken die nodig zijn in het water vooruit te komen. Toen ik tijdens een bal oefening door de badmeester van de verdrinkingsdood gered moest worden, kregen mijn ouders het advies een andere sport voor me te zoeken. Iets met minder water. Het Nationale waterpoloteam was een brug te ver.

vrijdag 1 juni 2012

Dichter bij de Dood


De restauratie van de Oude Stads Begraafplaats lijkt voltooid te zijn. Het ziet er weer netjes uit. Althans de vakken bij de ingang. Ook het mortuarium of lijkenhuisje is weer in oude staat.. In de vakken verderop heeft men zich beperkt tot het bij elkaar vegen en rapen van de stukjes paal en scherven van zerken en het te lijf gaan van de unieke flora met lawaaierige Black and Deckers. Alle scherven zijn netjes bij het betreffende graf gelegd. Handig. Voor het geval er verder gerestaureerd gaat worden. Ter ere van de restauratie organiseerde het Historisch Centrum een dichtersbijeenkomst onder de naam, ‘Dichter bij de Dood”.


Nu koester ik enig wantrouwen tegen gedichtenavonden of voordrachtsbijeenkomsten. Dat heb ik trouwens bij bijeenkomsten van gelijkgestemden in het algemeen. Meestal ga ik er dus nooit naar toe. Poëzie is prachtig maar ik vind een gedicht per dag eigenlijk wel genoeg en dan bijvoorkeur een niet te lang gedicht. Als er een staccato van gedichten op me afkomt snap ik meestal niets meer van. Eenmaal thuis toen ik alles in mijn computer geladen had, kon ik eigenlijk pas naar de gedichten luisteren. Ik heb een selectie gemaakt  en ongeveer ander half uur voordracht tot 2 programmaatjes van ongeveer een kwartier gemaakt. Gelukkig is de Oude Begraafplaats ondanks de restauratie nog steeds fotogeniek. Alleen dat hardnekkig groenonderhoud is gruwelijk.

Voor en na de restauratie


















Voor en na de restauratie


vrijdag 14 oktober 2011

Oldehoofsterkerkhof

langs de laatste restjes van een te warme winter
verkent een bescheiden voorjaarswind het wassende plein
dat even geen plein meer was
maar nu, traag kruipend
uit een cocon van geschiedkundige gelaagdheid,
het gevlijmde hart van de stad
weer in krachtige kwadraten laat kloppen

de laatste rustplaats der bevoorrechten
nu verworden tot stalkamer van de heilige koe
kan eindelijk  rustig inklinken  voor honderden jaren
of niet minder lang
aan de periferie van een majestueuze bovenstad
met het oude, vertrouwde baken:
de Oldehove 

Melvin van Eldik


De Oldehove is veelvuldig bezongen. Menig dichter heeft zijn/haar diepste zielenroerselen gewijd aan de historische bouwfout. De echte Liwwader haalt opgelucht adem als hij na afwezigheid de kromme toren weer ziet.

Op 22 oktober tijdens de Dag van  de Leeuwarder Geschiedenis zal er een poëzieavond worden gehouden in de Oldehove waar bekende en minder bekende dichters een gedicht voordragen over, jawel de Oldehove of het aanpalende plein het Oldehoofsterkerkhof.  
Reden dus om met Melvin van Eldik een nieuw gedicht “Oldehoofsterkerkhof” op te nemen. Omdat één gedicht wat mager is, besloten we ook het gedicht Prînsetún maar te doen. Ligt tenslotte lekker dicht bij elkaar. In de serie “een poëtisch stadswandeling” die ik voor Mercurius RTV maakte in 2006 heb ik met meerde dichters hun gedicht over het geliefde stukje stad opgenomen. Met Tjisse Hettema die niet zo blij was  toen het kerkhof geruimd werd en plaats moest maken voor een parkeergarage. Het is ook wat onwaardig naar het verleden toe, zo een parkeergarage. Er werden wel een hoop botjes gevonden en scherven en zelfs nog een stukje Romeinse villa. Ook kregen de archeologen enig inzicht in het waarom de Oldehove bijna een meter uit het lood staat. Niet dat hij er rechter door gaat staan. Maar toch leuk. Melvin is ook de derde dichter waarmee ik een gedicht opneem over de Prinsentuin.
Op de website van Tresoar vond ik uit de Poëtische stadswandeling nog de de Koperetún van Hylke Tromp. 
Met Melvin heb ik meerdere gedichten opgenomen waarvan de Zuid Vleugel me het meest bij staat. De Zuid-Vleugel van het oude Bonifatiushospitaal werd als laatste van het complex gesloopt. Vlak voor de sloop konden we er het gedicht Bonifatiushospitaal of Bonnehos nog opnemen. Geweldig decor. Jammer genoeg zijn de opname niet in mijn bezit. Wel vond ik deze uit oktober 2008 daterende foto’s. In november van dat jaar was de Zuid-Vleugel geschiedenis. Nu is het een luxe nieuwbouwwijk.

Wel heb ik nog “Westeinder” van Melvin. Uit oktober 2009. Niet eerder op mijn videoblog geplaatst.  Ik was nogal in me nopjes met de wolkenluchten kan ik me herinneren en heb veel hals brekende toeren moeten uit halen om een grijze grijpvogel (een F16) te filmen. Nog bijna met me vriendinnetje opgepakt door militaire politie omdat ik door het hek van de vliegbasis stond te filmen of me anderzijds verdacht ophield in de buurt van de basis. Je moet wat doorstaan om een beetje leuk filmpje te maken.


Onder Westeinder heb ik muziek gebruikt van de Griekse componist Elini Karaindrou. Onder Oldehoofsterkerkhof een live opname van John Zorm met de groep Bar Kokbha en onder Prînsetún het nummer Le voyage de Sahar van Anouar Brahem.