donderdag 9 april 2015

Voor een schone buurt

Omdat ik laatst de vuilnisman vergeten was, zat ik met een volle grijze container. Daarom liep ik naar de Fruitstraat, waar een grote ondergrondse container staat, om een volle huisvuilzak in te deponeren. Tot mijn ongenoegen bleek de grote container weg te zijn. Er voor in de plaats was een kleiner geval geplaatst met een z.g. kaartlezer. Een bordje geeft aan dat je een pasje voor een glazen plaatje moet houden. Maar wat voor pasje staat er niet bij. Mijn bonuskaart van AH zal het wel niet zijn. Even overwoog ik de volle zak naast de bak te zetten en me snel terug te trekken. Maar los van dat het niet netjes is, loop je het risico dat er een overijverige ambtenaar met handschoenen aan, in de zak gaat staan graaien, opzoek naar ballastend materiaal in de vorm van papieren waar je naam op staat. Een niet geringe boete wacht de overtreder. Videobewaking zou me ondertussen ook niet meer verbazen. Dus ik binnensmonds vloekend weer naar huis met zak. Op de website van het afvalbedrijf staat te lezen dat mijn milieupas mij toegang verschaft tot 2 ondergrondse afvalcontainers in de buurt. Daar doen ze niet lullig over. Maar een milieupas? Heb ik een milieupas? Mijn portefeuille puilt uit van de passen maar een milieupas zit er niet tussen. Dus opzoek naar de milieupas. Nergens te vinden. Een nieuwe aanvragen kost € 15,-  staat op de website van mijn afvalverwerker. Het zal niet. Nu is enige tijd geleden mijn grijze container voorzien van een chip. Moet niet veel gekker worden. Met de pas en de chip kan de afvalverwerker mijn afvalgedrag geheel volgen. Met GPS kunnen ze de route van mijn grijze container, van de tuin naar de hoek van de straat natuurlijk volgen. Zouden ze door hebben dat ik de vorige keer mijn container niet aan de weg gezet heb en nu weten dat ik heimelijk zonder geldige milieupas afval in de ondergrondse container in de Fruitstraat had willen dumpen. De volle afvalzak heb ik toen het donker was, heimelijk in mijn schuurtje gezet. Wel eerst nog even op de site van de afvalverwerker gekeken of er sancties opstaan.

woensdag 1 april 2015

Uit het lood

Geweldige nieuw plan voor CH18. De Achmeatoren 1,68 meter uit het lood plaatsen. De toren is het entree van de stad en het uit het lood plaatsen zou mooi verwijzen naar de Oldehove die dus ook 1,68 meter uit het lood staat en het symbool van de stad is. Los daarvan staat een scheve Achmeatoren staat ook veel artistieker en speelser. Mogelijk kunnen ook andere hoge gebouwen in de stad 1,68 meter uit het lood gezet worden. Trekt vast een boel toeristen. Nu is Leeuwarden niet de enige stad met een scheve toren, maar er zijn niet zoveel die zo scheef staan als de Oldehove. Stompe torens, dus onafgebouwde torens zijn er wel veel. Maar dan is de rede meestal dat het geld op was en in mindere mate omdat het bouwsel scheef ging staan.

Als de toren in aanbouw scheef ging staan dan stopten ze met bouwen, pakten hun boeltje bij elkaar en zochten een ander plekkie. Simpel. De Liwwadders niet. Aannemende dat men in 1530 niet dacht dat een scheve toren lekker veel toeristen trekt moet dit zonder twijfel te maken gehad hebben met de koppigheid van de Friezen. Toen de toren al na 10 meter ging verzakken hield de Duitse bouwmeester het voor gezien en vertrok naar Duitsland. Er van uitgaande dat de toren 120 meter hoog moest worden, was dat niet zo een gek idee. Maar de Liwwadders gingen stug door. Ze probeerden de boel weer in het lood te metselen waardoor de toren ook krom werd.
Hoewel ik vaak gehoord heb dat de Oldehove vroeger dienst gedaan heeft als vuurtoren, is dit nooit het geval geweest. De Middelzee waarnaast de Oldehove gebouwd werd was ten tijde van de bouw al dichtgeslibd. Maar misschien is het een leuk idee om voor CH18 het stedelijk symbool alsnog de functie van vuurtoren te geven. Niet met een signaalfunctie maar met kleurige sierverlichting die 's avonds in de gehele provincie zichtbaar is. Maar misschien is de Achmeatoren geschikter voor sierverlichting. Misschien moeten de beide torens wel van plaats ruilen. Dat zou leuk zijn. Dan staat de Oldehove mooi bij de entree van de stad. Wordt nog wel een probleem om hem weer keurig 1,68 meter uit het lood te krijgen. 



woensdag 18 maart 2015

De doordraaiknop

Na de aanschaf van mijn eerste digitale fototoestel verwijderde ik al mijn doka spullen uit het huis. Opgeruimd staat netjes. Geen geëmmer in de doka meer. Geen gescharrel meer in het duister bij een rode lamp. Geen onwelriekende bakken met fixeer of andere chemicaliën en geen kosten meer aan duur fotopapier en film. Later kreeg ik spijt van de opruimdrift. Het had toch wel wat. Bij digitale fotografie mis ik een bepaalde spanning. Op de SD kaart van mijn camera is ruimte voor honderden foto's, terwijl op de eerste rolfilm die ik gebruikte slechts plaats was voor 8 of 12 foto's. Toch was de rolfilm leuk. De film zat in een papieren wikkel waar de nummers van de foto's op stonden. Als de film in de camera zat moest je handmatig doordraaien. De doordraaiknop, piepte bij het draaien. Achter op het toestel zat een klein rood glaasje. Al draaiende zag je eerst pijltjes voorbij komen en dan verscheen het eerst cijfer. De camera was nu gereed voor opname. Als de 12 foto's gemaakt waren, kon de film doorgedraaid worden. De film kon nu zelf ontwikkeld worden of naar de fotograaf gebracht worden. In de jaren 90 was de 1 uur service populair. Ik bracht mij rolletje vaak naar de HEMA. Er stond een gigantisch apparaat. Het apparaat ronkte, rammelde en maakte klotsgeluiden. Hartstikke leuk apparaat en je kon na een uurtje je foto's ophalen.
Het zelf ontwikkelen was ook mogelijk. Een van de twijfelachtigste zaken van de analoge fotografie heb ik altijd de ontwikkeltrommel gevonden. Het betreft een trommel met een spiraal erin. Je kunt er een belichte rolfilm of klein beeldfilm mee ontwikkelen. Als eerste moest je de film in de spiraal zien te wurmen. Dit diende in het volslagen donker te gebeuren. Een bij daglicht al bijna onmogelijke zaak. Bij gebrek aan een donkere kamer deed ik het meestal in een kast of op de wc. De kieren werden met lappen afgedekt. De hoekjes van de film moesten onder het gleufje met het balletje. Als de hoekjes dan door het balletje vast geklemd zaten moest je draaiende bewegingen met het spiraal maken waardoor de film in het spiraal schoof. Als de film dan niet halverwege klem kwam te zitten, wat bij mij meestal het geval was, kon de deksel op de trommel gedraaid worden. Het ontwikkelen kon dan beginnen. De ontwikkelaars hadden meestal namen die meer op de medicatie van psychiatrische patiënt leek. Neurofiel of Tetenal of wat dan ook. Als de trommel vol met ontwikkelaar zat moest het ding op en neer bewogen worden. De ontwikkeltrommel sloot meestal niet goed af. Na het ontwikkelen was je kleding vaak doordrenkt van de Neupotiel of hoe die zooi heette. Hoewel ik de mogelijkheid open hou om ooit nog eens zelf glasnegatieven te maken en een oude schoenendoos om te bouwen tot camera obscura, ben ik blij met de digitale fotografie.

vrijdag 6 maart 2015

Kwartje is op

Op een van de nagels van mijn linker hand zit al sinds jaren een inkeping. Een soort litteken dat mee groeit met de nagel. Ik heb het te danken aan een ruzieachtig telefoongesprek in een telefooncel. Na afloop ramde ik de hoorn ongecontroleerd hard op het toestel en had te laat in de gaten dat mijn vinger tussen de hoorn en het toestel zat. Het gebeurde halverwege de jaren 90 in de wijk Heechterp. Door het rare litteken kan ik me het pijnlijke ongelukje in de publieke voorziening maar al te goed herinneren.
Populierstraat Heechterp
Nu was het al een wonder als je er bellen kon, want de bewuste telefooncel viel met regelmaat ten prooi aan vandalisme. Vaak heb ik er staan bellen tussen de glasscherven. Niet zelden trof je er alleen een doorgeknipte draad aan en was de hoorn verdwenen. Met de sloop van de flats verdween ook de telefooncel. De mobiele telefoon deed zijn intreden en langzaam verdween de telefooncel uit het stadsbeeld. Echt jammer kan ik het niet vinden. Hoe vaak heb ik bijvoorbeeld niet in de hoorn 'kwartje is op.' geroepen. Dat was wat je vroeger zei, als het apparaat je laatste kwartje bijna opgeslurpt had. Als de tijd bijna verstreken was werd dat duidelijk gemaakt met een gluiperig piepje.
Nu kon je meerder kwartjes in de sleuf werpen, die je dan naar mate de tijd verstreek, hoorden vallen. Hier komt weer het gezegde vandaan, 'hij heeft het kwartje horen vallen'. Dat wil zeggen dat de verbinding tot stand gekomen is. Ofwel de boodschap is begrepen. Als je de hoorn ophing vielen de niet gebruikte kwartjes rammelt in een bakje. Tegenwoordig zijn er geen telefooncellen meer. De publieke telefoon heeft de strijd verloren.  Voor zover ze er nog zijn worden ze uit gebaad door particuliere bedrijven en gaan er al helemaal geen kwartjes meer in. Tijden veranderen en het straatbeeld veranderd mee. Ooit had Leeuwarden 30 houtzaag- en meelmolens en rond de 15 poldermolens. Hiervan resteren in 2015 slechts 8 poldermolens. De industrie-molens zijn allemaal verdwenen. Gesloopt of afgebrand en hebben plaatsgemaakt voor vaak lelijke nieuwbouw.

Of zoals in het geval van de door brandstichting in 1994 in de as gelegde Camminghabuurster poldermolen aan het Kalverdijkje, waar een lelijke plastic sporthal voor in de plaats gekomen is. In tegenstelling tot Leeuwarden wordt in veel Friese dorpen de molen –voor zover aanwezig- in ere gehouden. Dorpelingen hebben misschien meer oog voor geschiedenis en kunnen de waarde van het historische bouwsel voor hun leefomgeving beter inschatten. Zeg er wat van. Het is binnenkort vast weer Molendag.

maandag 16 februari 2015

Radiodistributie

Op mijn werk trof ik laatst een oude radiolamp aan. Ik had al een poosje geen radiolamp meer gezien. Ergens in de jaren 50 van de vorige eeuw werd de transistor uitgevonden. De transistor verving de radiolamp. Hierdoor werden radio's en verwante audio-apparatuur een stuk kleiner en handzamer. Ook de draagbare radio werd mogelijk door de transistor. Het verbaasde me daarom dat ik nog een lamp tegen kwam. Ze worden al ruim een halve eeuw niet meer gebruikt. De lamp zit vol met onduidelijke draadjes en zilverkleurige plaatjes. Oudere lampen waren groter en hadden mooiere vormen en kleurtjes. Ik heb de lamp mee naar huis genomen en bij de andere nutteloze maar dierbare vondsten gelegd.
Mijn ouders hadden vroeger geen lampenradio. Terwijl alle buren geweldige bakken van radio's hadden die helemaal vol zaten met gloeiende en zoemende lampen. Vaak met een automatische platen spelers waar een hele stapel singeltje mee afgespeeld kon worden. Bij mij thuis werd gebruik gemaakt van z.g. radiodistributie. Het radiosignaal kwam via een kabel in de huiskamer. Daar hing een grote zwarte zenderkeuze knop waar ook het volume mee  geregeld kon worden. Er kon gekozen worden uit 4 zenders. Middels een grote luidspreker konden we Hilversum en Belgie beluisteren en er was een zender die non stop klassiek uitzond. Met Duitse radiostations waren ze in de jaren 50 wat terughoudend. Maar dat had een rede. De radio had een centrale plaats in het gezin. Belangrijke gebeurtenissen werden vooral via de radio wereldkundig gemaakt. Zo kan ik me de beruchte Elfstedentocht van 1963 herinneren. We waren vroeg opgestaan voor de start. Waarschijnlijk kan ik het me herinneren door het ongebruikelijke vroege tijdstip. Van de tocht begreep ik weinig. Friesland is ver weg als je 12 bent op de derde etage van een kleine woning in Amsterdam Oost. Mijn ouders hadden in die tijd alleen fietsen en daardoor was hun actieradius beperkt. De afsluitdijk was een brug te ver. Bovendien werd Friesland niet gezien als vakantiebestemming maar meer als iets waar boeren woonden en melk vandaan kwam.
radiodistributie
Televisie kregen we begin jaren 60. Voor die tijd keek ik bij de buren of bij mijn grootouders. De lancering van de Spoetnik 1 in 1957 heb ik bij mijn grootouders gezien. Het moet een merkwaardige onderbreking van het kinderprogramma zijn geweest. Ik was zes jaar. Onze beneden buren waren de eerste in de straat die een televisie hadden. Een tamelijk lang geval met een klein bijna rond schermpje. Ze hadden er een groot bronzen beeld opgezet van een dame die op een teen staande in een arabesk een bol draagt. De bol was van glas in lood en deed dienst als lamp. Het beeld kan ik me beter herinneren dan de televisie. Die interesseerde me eigenlijk niet zo en werd in de jaren erna door mij en veel van mijn tijdgenoten omschreven als zijnde burgerlijk. Geef mij maar een mooie oude lampenradio.