Posts tonen met het label gemeentelijke belasting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gemeentelijke belasting. Alle posts tonen

dinsdag 8 november 2016

Kattenbelasting

Toen ik laatst thuis kwam, rook ik een penetrante poeplucht. ‘Ja hoor’, dacht ik en keek naar mijn schoenen. Een bruine rand kwam onder de zool van mijn rechter schoen uit. Bingo. Ik had in de hondenstront gestaan. Nu zie je de laatste tijd niet zoveel hondenpoep meer op straat. Mensen worden op straffe van een boete gedwongen zo genoemde hondenuitlaatplaatsen te gebruiken, er zijn hondenpoepbakken, schepjes, zakjes, drollengrijpertjes en drollenharkjes. Vroeger zag je hondendrollen op straat liggen, tegenwoordig ook maar nu zitten ze meestal in een plastic zakje. De tijden veranderen. Het gaat als volgt te werk. De hond poept. Het baasje stroopt het zakje binnenste buiten over zijn hand en pakt het uitwerpsel en stroopt het zakje van zijn hand, zodat de drol verpakt wordt. Hele verbetering. Vooralsnog had ik kennelijk niet in een verpakte drol gestaan. Nu heb ik vroeger honden gehad. Er was toen nog geen sprake van zakjes, bakjes of grijpertjes. Je hond kon nog naturel het trottoir bevuilen. Maar het was wel de bedoeling dat honden in de goot hun behoefte deden.
Drol van Wim T. Schippers in het Bos van Epey

Toen ik een jaar of 18 was, heb ik een hond uit het asiel gehaald. Een bastaard stond in het hondenpaspoort dat met het dier mee geleverd werd. Het was een klein vrouwtje met de tekening van een herder en met de sik van een terriƫr. Het was een onafscheidelijk kameraadje die geen moment van je zijde week. Een lief beest en ik noemde haar Lucy. In die tijd vernoemden ik mijn huisdieren naar verloren liefdes. Lucy was een meisje uit mijn klas. Kort blond haar en een slank, jongensachtig figuurtje. In een portiek in de 2de Boerhavestraat begonnen we aan een wankele relatie. Lucy was beeldschoon en tegen de tijd dat ik er achter kwam dat ik tot over mijn oren verliefd op haar was, maakte zij het uit.
De tweede hond was een dochter van Lucy. Het was een klein bijna zwart beestje. Het enige dat aan haar moeder deed denken was de terriƫrachtige sik. Haar aanhankelijkheid was mogelijk groter dan die van haar moeder. Ik noemde haar naar mijn tweede dramatische verlopen liefde, Jitka. Jitka kwam uit Tsjecho-Slowakije. De relatie is nooit veel verder gekomen dan wat gehannes in een parkje. Ze moest weer terug naar Tsjecho-Slowakije. Mij in verbijstering en diepe wanhoop achterlatend. Na een periode van theatrale en diepe rouw bleef nu slechts een ding over. Een hond. Ik zou vanaf nu alleen en eenzaam mijn pad vervolgen en daar hoorde een hond bij. Een hond heeft verschillende voordelen. Een hond breekt je hart niet en is goedkoper in onderhoud dan een vrouwspersoon. Minder veeleisend. Je kunt praten tegen een hond tot je een ons weegt, het beest praat niet terug. Een hond kwispelt alleen met zijn of haar staart. Maar er staan wel wat verplichtingen tegenover. Het uitlaten bijvoorbeeld. Als je op een koude winterochtend net wakker bent en eruit moet omdat de hond op knappen staat.
Of de hondenbelasting. Ook zoiets. Zolang ik honden had, heb ik overijverige belastingambtenaren achter me aan gehad. Een voormalig collega van me had drie kleine hondjes. Zo genoemde kuttelikkertjes. Zij vond het vooral onrechtvaardig dat bijvoorbeeld een Deense dog net zoveel belasting moet betalen als haar dwerg Pekinees. Daar had ze een punt. De Pekinees doet een jaar over wat de Dog op een dag uitpoept. Misschien dat ze honden kunnen uitrusten met een chip. Net zoals bij de vuilcontainers. Een poepchip om de hoeveelheid ontlasting te meten. Van tijd tot tijd boert ook het bericht op dat de gemeente Leeuwarden, kattenbelasting gaat heffen. 

Dat was ook iets wat mijn collega van de kuttelikkertjes onrechtvaardig vond. Over een poes wordt geen belasting geheven. Nu moet ik altijd lachen om dit soort berichten. Mijn pluisgenoot is meer buiten dan binnen. Net als de katten van de buren. Hoe zou de belastingambtenaar dat willen controleren. Kattenbakken zoeken? Katten blaffen ook niet als de kattenbakkencontroleur aanbelt. Gelukkig niet.
     





zondag 26 juli 2015

De schillenboer

De chip in mijn afvalcontainers zit er niet om mijn afval per GPS te volgen. Zoals ik aanvankelijk aannam. Hele opluchting. Je zou er geen appeltje door durven te schillen. De chip is om je afval en groenafval te wegen om uiteindelijk de rekening af te stemmen op de hoeveelheid afval. Er zijn gemeenten waar ze dit al doen. In Leeuwarden nog niet. Ondanks de chip heb ik geen veranderingen waargenomen in de rekening van de gemeentelijke belasting. Als alleenstaande heb je weinig afval. Niet zelden zet ik een slechts half gevulde afvalcontainer aan de weg. Een ruime vermindering van de afvalstoffenheffing zou dus op zijn plaats geweest zijn. Niet dus.
Alles en iedereen wordt maar gechipt en wat ze er mee doen vertellen ze je niet. Daar komt bij dat je, je groenafval ook zelf kunt composteren. Ver voor de door de overheid verplichte afvalscheiding, zorgden mensen trouwens zelf, zonder gechipte groencontainer voor gescheiden afval. In huis van mijn grootouders hing vroeger een mandje aan een touw boven in het trapportaal. Het werd het mandje van de schillenboer genoemd. Een keer in de week reed de schillenboer met paard  en wagen de straat in, om schillen en andere restanten van groenten op te halen. Het waren voornamelijk aardappelschillen, herinner ik me. We aten ons kennelijk een pukkel aan aardappels. De schillen zouden voer voor het paard zijn. De schillenboer was eigenlijk de voorloper van de huidige gechipte milieubak.
afvalbak jaren 50 en 60 en gechipte kat
De schilletjes werden verpakt in een krant in het mandje gedaan dat vervolgens door aan een touw te trekken, naar beneden werd gesjord en na lediging weer omhoog getrokken. Een andere bestemming voor het handige mandje heb ik nooit gesignaleerd. Wel was het leuk speelgoed. Toen de schillenboer er de brui aan gaf werd het mandje inclusief het touw door de huisbaas verwijderd. In mijn ouderlijk huis hing geen schillenmandje. De schillen werden onder het aanrecht in een mandje bewaard en naar beneden gebracht als de schillenboer de straat in reed. Kwam geen chip of overheidsbemoeienis aan te pas. Trouwens ik kan me goed herinneren dat mijn vader een metalen afvalbak 3 trappen af en op moest sjouwen. Je ziet de metalen gevallen nog wel eens staan voor sierdoeleinde of als plantenbak. Later deed de plastikzak zijn entree. Deze had als belangrijkste nadeel dat het huisvuil vaak door de hele straat zwalkte omdat ze meestal stuk gingen. Door de scherpe klauw van een kat of wat dan ook. Jammer dat alle agrarische bedrijven in en rond Leeuwarden plaats hebben moeten maken voor industrieterreinen of recreatiedoeleinden. Voor  het geld waarmee al de groencontainers van chips zijn voorzien, had je een schillenboer van een maandsalaris kunnen geven. Inclusief een loodvrije paard en wagen.