maandag 2 februari 2015

Peuteren op het Wilhelminaplein


Op het Wilhelminaplein stond een slordig geklede man met een stokje tussen de spleten van het daar aanwezige stadsmeubilair te peuteren. Een tweede man stond geïnteresseerd toe te kijken. Af en toe boog hij zich voorover om door de spleten te kijken. Omdat ik al eerder mensen had zien peuteren op het plein, stapte ik van mijn fiets en ging ongeveer 2 meter bij het duo vandaan zitten. Omdat ik dacht dat er mogelijk een gewonde vogel of dier anderzijds onder de bank zou zitten, informeerde ik of ik misschien de dierenambulance moest bellen. Maar dit was niet het geval. Er bleek een verloren euro  tussen de spleten te zijn waargenomen. Met een geroutineerde laatste beweging werd de euro onder de bank vandaan geschoven. De peuteraar bekeek het muntstuk en stopte het snel in zijn jaszak. De tweede man ging verder met het bestuderen van de bankspleten. Het leek er op of de beide heren er een dagtaak aanhadden. Een vervanger voor de verdwenen analoge parkeerautomaten waar mensen soms wat wisselgeld vergaten?
Het stadsmeubilair van Leeuwarden zou zwerverbestendig zijn. Dat wil zeggen dat je er moeilijk een tukje op kunt doen. De banken op het Wilhelminaplein hebben hoge en lage zitvlakken. Dat ligt niet prettig. Op de stadspoef op de Nieuwestad valt helemaal niet te pitten. Ook de dubbel uitvoering  is tekort om je lekker uit te strekken. Bovendien is het zitvlak ietsje gerond. Je kunt er wel op zitten maar niet op liggen. Daar is over nagedacht. Een andere tamelijk rigoureuze maatregel, die de gemeente vaak neemt, is het verwijderen van de gehele bank of gedeelten ervan. Het resultaat is dat er weinig banken over blijven in het stadsbeeld. Een ander nadeel is dat er voor de bonafide bankzitters, die dus niet gaan liggen snurken of alcoholica tot zich nemen, weinig over blijft. Overigens is Leeuwarden niet de enige stad die dit soort maatregelen neemt. Het straatmeubilair zodanig in elkaar timmeren dat er niet meer op geslapen kan worden, komt wereldwijd voor. In Groot Brittannië was er onlangs veel ophef over de zogenaamde ‘anti-homeless spikes’. Metalen pinnen die op vloeren en vensterbanken gemonteerd worden om ze onaantrekkelijk mogelijk voor daklozen te maken. Eenpersoons banken komen veel voor en in sommige steden worden hele hekwerken rond de banken geplaatst. Alleen Leeuwarden heeft nu stadsmeubilair ontwikkeld waar dak- en thuislozen op af komen. Niet om te slapen, maar om euro's onder vandaan te peuteren.

donderdag 15 januari 2015

Stadsontwikkeling

Als je oude foto's van Leeuwarden bekijkt zie je weidse pleinen. De stad straalt een bepaalde wereldse grandeur uit. Statige hotels, koetsjes met paarden en dames in deftige lange jurken. Het stationsplein was nog de entree van de stad en niet van de Avero of Achmea.
De pleinen zijn verdwenen. Er zijn autowegen over aangelegd of lelijke nieuwbouw op gepleegd. Zacht uitgedrukt zou je zeggen dat er slordig met het stadsbeeld is omgesprongen. Welke stad springt nu zo om met zijn historische pleinen. De uitdrukking pleinafsluitend gebouw is een Leeuwarder vinding. Het is ontwikkeld door Bonnema architecten in 1980. Het plein werd afgesloten met een winkelcentrum. Stel je voor dat ze in Parijs een pleinafsluitend winkelcentrum neer zouden zetten op Place de la Concorde of in London op het Trafalgar Square. Iedereen zou vragen of je een gaatje in je hoofd hebt als je het zou voorstellen. Het  pleinafsluitend gebouw is een treurige Leeuwarder stedenbouwkundige uitvinding. Waar andere steden plein ontsluitende toepassingen bedenken, timmert Leeuwarden de boel dicht. Nu achteraf biedt het plein een treurige aanblik. Een paar bomen staan te verpieteren omdat het slecht wortel schieten is, op een betonnen parkeergaragedak en door de winkelslurf staat het gerechtsgebouw asymmetrisch voor het plein. Dat is misschien niet de ergste bouwkundige fout. Maar het laat goed zien dat er maar een beetje oplos gebouwd werd. Hoe weinig de architect naar de omgeving gekeken heeft.
Wilhelminaplein 1927
Dat het Fries Museum geen enkele samenhang heeft met de omgeving of de geschiedenis van de stad is misschien wel het ergst. Pijnlijk duidelijk is dat te zien in het museum zelf. De oude Friese stijlkamers werden tussen houten afschuttingen geplaatst. Kennelijk om de Hindelooperstijlkamer af te schutten voor de gruwelijke nieuwbouw. Als je als Fries Museum het op je neemt om een tentoonstelling te maken van de cultuur geschiedenis van de provincie, dan is het niet handig om dat in een dergelijk brok nieuwbouw te doen. In het oude museum aan de Tweebaksmarkt stond het hele zaakje tenminste nog in echte kamers. En de Liwwadders zien hun markt gehalveerd, maar klagen niet. Het is even inschikken. Ken't skele juh.

zaterdag 27 december 2014

Gevederde vrienden

Mijn tuintijger komt sinds een akelige confrontatie met 2 eksters niet meer op het dak. En al helemaal niet meer op de nok. Het dak is en blijft hartstikke leuk maar het is het domein van onze gevederde vrienden, de vogels. Een kat die op de nok gaat zitten loopt risico's. Vogels hebben zo hun methodes om af te rekenen met indringers. Ook andere buurtpoesen die ik aanvankelijk dapper over de nokpannen zag schuiven, zijn na een tijdje gestopt met hun Alpinisme. Met name de eksters verdedigen hun domein effectief. Ze gaan als volgt te werk. Poes zit op de nok. Er komt eerst één ekster op ruim een meter afstand van de Alpinist zitten. Als het poesenbeest aanvalt, hipt de ekster een meter verder op de nok. De poes hopt er achteraan. Bij de volgende aanval springt de zwart witte vogel wederom een meter opzij. En en zo hipt en hopt het door tot  de poes er de balen van heeft. Echter deze actie volstaat niet om de poes van het dak te krijgen. Wel is het een beetje tricky actie voor tuintijgers. Poesen beschikken niet over de juiste dakklauwen. Tijdens de actie lopen ze dus het risico van het dak te lazeren.
Kater van de buren op de uitkijk.

Bovendien komen ze als ze een straat verder zijn er achter dat de ekster ze voor het lapje houdt. Om het dak schoon te vegen en poesvrij te maken is er hulp van een tweede ekster nodig. De actie start zoals eerder verteld met één ekster. De gevederde vriend is nu agressiever. Halverwege het traject stopt de vogel en neemt een dreigende houding aan. Dat is mijn pluisgenoot niet gewend. Dan landt er een tweede ekster zodat poes tussen 2 dreigende eksters zit. Dat is schrikken. De vluchtwegen zijn afgesloten. Behalve schuin via de pannen naar beneden. Door de schrik lukt de aftocht niet goed en een val is onvermijdelijk. De schade viel mee. Ik hoefde niet met een gebroken poesenpootje naar de dierendokter. Wel moest ik de volgende dag de ladder van de buurman lenen. Om een paar pannen recht te leggen.

woensdag 3 december 2014

Vrienden van de oude watertoren

De beginselen van de fotografie zijn mij bijgebracht door een oom. Deze oom had een zelf gebouwde vergroter in een kast in de gang. Het ding had als behuizing een oude stofzuiger. Verdere technische details kan ik me niet herinneren. Zelf had ik een een houten vergroter in elkaar getimmerd. Het ding was voorzien van de balg van een oude platencamera en kon langs 2 latten die aan het plafond bevestigd waren, omhoog of omlaag geschoven worden. De condensor die voor een egale belichting moest zorgen was een plaatje melkglas. Aanvankelijk had ik een Agfa Click als fototoestel. De Click was het iets kleinere broertje van de Agfa Clack. Beide toestellen waren in de jaren 50 populair en werden in grote hoeveelheid geproduceerd. Vandaag de dag zie je zowel de Click als de Clack regelmatig op  rommelmarkten opduiken waar je ze voor een klein bedrag als curiosa kunt kopen. Beide exemplaren behoren dan ook tot mijn collectie. Soms maak ik er een open om aan de binnenkant het vervlogen verleden te ruiken.
Agfa Clack

Later kreeg ik van mijn ouders voor mijn verjaardag een Agfa Isola. Een moderner toestel maar nog steeds een rolfilm camera. Eigenlijk had ik liever een kleinbeeldcamera willen hebben. Maar die waren toen onbetaalbaar. Wel kreeg ik later een Zenit kleinbeeld van Russische makelij. Zenit wist de meeste dure merken zorgvuldig na te maken en veel goedkoper op de markt te brengen.



Op een reis naar Turkije kwam ik er achter dat fotografie ook anders kan. In Istanboel op straat heb ik ooit een foto van mezelf laten maken door middel van een gigantische balg-camera. De fotograaf stond in een grote zwarte tent. Het ding leek het meest op een klassieke platencamera. Eerst werd een negatief gemaakt op papier. Op pasfotoformaat. In de zwarte tent moesten piepkleine bakjes ontwikkelaar en fixeer aanwezig zijn. Vervolgens werd een latje vanonder de lens getrokken waar het papieren negatief op gezet werd. De fotograaf kroop weer in de tent en fotografeerde het papieren negatief en verkreeg zo het papieren positief die hij me even later nat en naar fixeer riekend overhandigde. Polaroid op zijn Turks. Het was een klein wazig fotootje waarin ik mezelf in een mistflard terug zag. Het had iets geheimzinnigs. Ik heb het portretje jaren in mijn portefeuille gehouden. Veel leuker dan de pasfoto-automaat van de HEMA die tegenwoordig trouwens verdwenen is. De analoge pasfoto bestaat niet meer. Dat is jammer. Ergens in een laatje heb ik nog een paar strookjes met 4 pasfoto's. Ongeveer 20 jaar oud. De eerste foto laat een leeg hokje zien. Op de tweede zie ik een stuk van een trui en een broeksriem. Op de derde zie ik mezelf ongeduldig omhoog kijken. Op de vierde staat mijn hoofd in de juiste pasfoto stand maar heb ik net mijn ogen dicht. Op een tweede strookje pasfoto's waarvan er één is afgeknipt en dus 3 resteren, zie ik mezelf met een toenmalige vriendin. We trekken rare gezichten en hebben duidelijk veel lol. Met het verdwijnen van de pasfoto-automaat is er veel romantiek verloren gegaan.
Het Vliet, Leeuwarden

maandag 17 november 2014

De Duivenman

In het centrum van Leeuwarden is het verboden om een blikje bier open te trekken. Deze politie verordening moet een einde maken aan hang en zuipplekken van dak- en thuislozen. Op zich heb ik hier geen problemen mee, ware het niet dat het een onrechtvaardig verbod is. Op de terrassen in de stad wordt immers ook stevig gedronken. Ook door het invoeren van een rookverbod in de horeca, staan er meer mensen voor de kroeg dan er in zitten. Het is een beetje meten met 2 maten. Bovendien wordt met het verdrijven van de doelgroep het probleem niet opgelost maar verplaatst. De zuipschuiten zoeken direct een andere plek waar het geestrijk vocht rijkelijk aanwezig is. Een supermarkt even buiten het centrum. Het Hoeksterend, bijvoorbeeld. Een geliefde plek. Bij goed weer is het prima toeven op de grote trap naast de supermarkt.
Ook ligt het Hoeksterend mooi op de nachtopvangroute, de route waarlangs de daklozen
's avonds via de Kippenloop naar de nachtopvang van de Terp lopen. Uiteraard werd het gemeentelijke zuipverbod is ook bij het Hoeksterend van kracht. Geen gezuip en gebedel meer op het Hoeksterend. Vooral voor de duivenman is dat vervelend. Ook hij mag niet meer voor de ingang van de supermarkt staan. De duivenman staal al maanden voor de supermarkt. Aanvankelijk zonder duiven, maar al spoedig lokte hij alle stadsduiven naar zich toe en stond sindsdien midden tussen en onder de gevederde vrienden. Hij kreeg er de bijnaam 'de Duivenman' door. Door de toepassing van de politieverordening werd de groep verspreid rond het Hoeksterend. De Duivenman vertrok met de duiven naar een boom bij de rotonde, waar hij onverstoorbaar en vriendelijk lachend verder voederde.
Zoals je dat bij straatkrantverkopers ook ziet, geniet hij een bepaalde populariteit. Voor een aantal van de mensen die hem af en toe wat geld toestaken was het geen probleem om even naar de boom te lopen. Maar hij verloor klandizie. Wat eenzaam stond hij nog steeds vriendelijk lachend onder de boom. Tussen de duiven. Eigenlijk vond ik het jammer. Zijn klantenkring zowel onder de duiven als onder het winkelend publiek had hij zorgvuldig opgebouwd. Het is ook niet echt bedelen. Hij staat daar meer als zzp'er duiven van voer te voorzien. Het winkelend publiek kan rustig winkelen. Hij zorgt ondertussen wel voor de duiven. Hele zorg minder. En de duiven op het Hoeksterend gaan er goed bij. Er zitten er tussen die zo kogelrond zijn dat je, je afvraagt of ze nog wel kunnen vliegen.
De Duivenman