donderdag 5 juni 2014

Wichelen onder de Oldehove

Wat er met een wichelroede nu precies gevonden kan worden is me niet al en geheel duidelijk. Net zo als de vorm van de wichelroede. Voor zover ik me kan herinneren is de wichelroedeloper voornamelijk opzoek naar goud of aardolie en de roede heeft meestal de vorm van een vorkachtige tak. De wichelroedeloper heeft de tak aan 2 uiteinden vast en wijst met het overgebleven uiteinde voor zich uit. Het puntje van de tak gaat heftig vibreren als het boven de vondst hangt.
Niet alleen goud en olie maar ook belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis kunnen met de wichelroede achterhaald worden. Verschillende wichelroedelopers hebben aangetoond dat Bonifatius niet in Dokkum  vermoord werd op de plek waar nu het monument staat. De prediker zou een endje buiten Dokkum een kopje kleiner gemaakt zijn. Ook helderziende media bevestigen dit.
Echter nu blijkt dat  de moderne wichelaar niet naar aardse rijkdom speurt en ook geen historische gebeurtenissen uitvlooit. Hij is opzoek is leylijnen, aardstralen en breuklijnen.
De wichelroede is geen vorkachtige tak maar een uit twee delen bestaande set van gebogen metalen staafjes. De wichelaar houdt zich voornamelijk bezig met het opsporen van aardstralen. Als je bed op  een foute aardstraal staat, heb je een probleem. Ook is het handig om voor je een huis laat bouwen om eerst op de plek door een wichelaar te laten uitwichelen. Anders loop je het risico op een leylijn die niet pluis is te gaan wonen. Persoonlijk maak ik me bezorgder over de straling van hoogspanning, wifi en gsm masten. Maar wichelen is best leuk.

donderdag 22 mei 2014

De heks van Appelscha


Een heks hoort te voldoen aan een bepaalde beeldvorming. De grondslag hiervan ligt stellig bij de heks Eucalypta. De bekende heks uit Paulus de Boskabouter. Eucalypta is door en door slecht. Ze is de hele dag bezig met toverdranken brouwen die haar mede bosbewoners moeten veranderen in kikkers of andere amfibieën. Ook het uiterlijk van de heks behoort te voldoen aan een aantal criteria, zoals een grote neus met een pukkel. Vooruitstekende kin eventueel ook met pukkel of wrat. Zwarte kleding, bezem en de aanwezigheid van een zwarte kat.
Persoonlijk ben ik in principe tegen z.g. goede heksen. Een aantal mensen, met name politici zou ik graag in een pad of kikker zien veranderen en dat schiet niet op als je er goede heksen op los laat. Daar heb je het kaliber van Eucalypta voor nodig. Niks geen heilzame kruiden maar Belladonna en Wolfsklauw. Zonder de giftige brouwsels van Eucalypta zou er geen heks op een bezemsteel vliegen. Mijn vroegste jeugd herinneringen werden geweld aan gedaan door het bezoek aan de heks van Appelscha. In mijn prille jeugd lag ik iedere dag om 19.00 uur huiverend aan de radio gekluisterd om de wandaden en kwaadaardigheden van Eucalypta te beluisteren. Later op school ging het heksenverhaal verder in de geschiedenisles met alle gruwelijkheden van dien. Spaanse inquisitie, openbare verbrandingen en terechtstellingen, epidemieën, vee sterfte, kinderroof, alles wat slecht  en gruwelijk was had te maken met heksen. Daarom wil ik langs deze weg de heks van Appelscha oproepen om eens iets door en door slecht te doen. Voorstel mijnerzijds; Diederik Samson veranderen in een dikke wrattige pad. Zal hem leren.

zaterdag 10 mei 2014

Het stenen bed

In 2008 werd het oude HvB in Leeuwarden ongeschikt verklaard als gevangenis. De gedetineerden moesten verhuizen naar een modernere inrichting.
Samen met een stagiaire van Mercurius heb ik toen een reportage gemaakt over de inmiddels lege gevangenis. We kregen een rondleiding van een voormalig bewaarder. Hoewel ik eerder in het oude gebouw geweest was maakte het indruk op me. Vooral de kelders waar de oude isoleerafdeling zich bevond. De dwangbuis lag er nog. Het bed of brits was van steen, zodat er voor de gevangenen niets te slopen viel.


Toen we na de opnamen weer buiten liepen voelde ik me opgelucht. Leuk om gezien te hebben maar echt gezellig was het niet. In 2008 begon men ook met plannen maken voor de nieuwe bestemming van het rijksmonument. De Blokhuispoort zou open moeten zijn voor de hele stad en een culturele brûsplak worden. Enthousiastelingen vonden zelfs dat de gedempte Keizersgracht naast het gevang weer open moest. Zodat boten rondom konden varen met terrassen en aanlegsteigers aan de Zuidergrachtswalkant.

Ondanks alle goede bedoelingen en opwaardering tot zenuwcentrum voor Culturele Hoofdstad 2018, blijft de Blokhuispoort een gevangenis met een eeuwen oude geschiedenis.
Het hele gebouw ademt de sfeer van een Rijksstrafinrichting en niet de sfeer van een culturele brûsplak. Dat heeft ook te maken met dat de geschiedenis die in ere bewaart wordt en niet weg te denken is van de locatie. Het blijft een strafinrichting. Niet alleen door de tralies, maar door alles. De uitgesleten traptreden waarover de gedetineerden dagelijks naar de werkplaatsen gingen. De troosteloze afgebladderde deuren met klapluikjes. Het is er allemaal nog. Erger is de oudere geschiedenis.
In de 16de eeuw stond er aan de kant van de Zuidergrachtswal een pijnigtoren. In die tijd ging je dus niet op de bon als je zonder licht reed maar werd je meegenomen naar de pijnigtoren waar dan een paar vingers gebroken werden. Scheelt een hoop administratieve rompslomp. Herinvoering van de pijnigtoren zou in het partij programma van bepaalde politieke partijen trouwens prima staan. Blijft vreemd om te werken in een voormalige strafgevangenis. Tot dusver weinig bruisends ontdekt. En ik blijf een beetje uit de buurt van de pijnigtoren.

zondag 27 april 2014

Fotomoment

In mijn hoofd heb ik een lijstje van plekken in Leeuwarden die ik graag wil fotograferen. Vaak zijn het plekken waar ik dagelijks langs fiets. Echter zijn de omstandigheden nooit of zelden goed genoeg voor het fotomoment. Dat heeft te maken met het licht, de tijd van de dag en de maand, maar ook of er al dan niet auto’s geparkeerd staan. In Leeuwarden staan overal auto’s.
Door de jaren heen is de stad steeds meer dicht geslipt met blik. Nu kun je die dingen er natuurlijk gewoon bij fotograferen. Uit arenmoede doe ik dat dan ook wel. Maar je krijgt dan een heel andere foto. Een Fiat Clitoris hoort niet voor een historisch 17de eeuws grachten pandje. Misschien vinden een hele hoop mensen dat nu juist mooi. Ik niet. Door het auto geweld ben ik me dan ook meer gaan toeleggen op boten en het water. Auto’s tref je niet aan op het water. Daar zullen ze nog wel een keer iets op vinden maar voorlopig zie ik er alleen boten. Boten zijn veel leuker dan auto’s. Het is niet zo een eenheidsworst als al die Opel Capriolaas of Ford Erectussen of hoe ze die dingen noemen. In de Leeuwarder grachten is geen boot gelijk. Daarin schuilt voor een groot deel de charme. Het maakt Leeuwarden tot de stad die het is.

Onlangs kregen bewoners van oude en slecht onderhouden schepen in de stad de mededeling van de gemeente dat ze hun woonboot op moesten knappen. Zou dit niet binnen een redelijke termijn gebeuren dan zou dit resulteren in het wegslepen van de verwaarloosde schuit.
Nu worden veel schepen in de Leeuwardergrachten omschreven als historisch, maar wat nu een historisch schip is en wat een ouwe roestbak, is me niet al en geheel duidelijk. Bijna alle schepen in de singels zijn oud. De een is alleen een beetje beter onderhouden dan de ander. De bootbewoners leken niet onder de indruk van de gemeentelijke dreigementen. Ik zag althans geen bootbewoner die spontaan de verfkwast ter hand nam of het dek ging zwabberen. De oude en vervallen boten, vervallen verder. Historisch. Dat wel.


zaterdag 5 april 2014

Havenplaats op mini formaat




Na mijn laatste bezoek aan Grou bleef ik met de vraag zitten, waarom ik altijd naar de Waddendijk fiets? Het is er kaal en altijd winderig. Er is voorbij Stiens geen kroeg meer te bekennen. Laat staan een die open is. Het wad is wel fotogeniek, maar op een bijna ongrijpbare manier. Misschien is het de romanticus in me, die me naar de Waddenkust drijft. Eenzaam wandelend door het slip, mijmeren over verdwenen vrienden en verloren liefdes. Over voorbije tijden.
Het havenplaatsje Grou is veel leuker. In tegenstelling tot de meeste dorpen lopen er mensen rond. Zelfs vroeg in het seizoen zijn er al toeristen. Er zijn meerdere kroegen en horecagelegenheden anderzijds. En nog open ook. Dat kom je op het platteland zelden tegen. Ik hoorde meerdere talen spreken. Voornamelijk Duits, maar toch. Grou is een toeristische havenplaats op mini formaat. Het dorp geeft je een beetje vakantiegevoel.
Een meneer op een van de aanlegsteigers wist me te vertellen dat het allemaal komt doordat het dorp aan het water ligt. Dit in tegenstelling tot de meeste dorpen in het merengebied die van de meren afliggen. Sneek bijvoorbeeld ligt een end van het Snekermeer af. Dat is niet handig als je toeristen wilt trekken. Grou ligt op een soort landtong midden in het Pikmar. Water alom. En zo te zien ook water waar je kunt zwemmen. Handig als je niet eerst een paar 100 meter door de blubber wilt baggeren voor het water tot boven de knieën komt.
Dit overkwam mij enige jaren terug bij het Tjûkemar. Mooi meer maar erg ondiep. Het was een warme dag en ter afkoeling is een duik in het zilte nat dan verleidelijk. Nu had ik geen zwembroek bij me. Bovendien vond ik als kind van de jaren ’60 zwemmen met zwemkleding altijd al belachelijk. Dus zonder zwembroek het water in. Toen ik 100 meter verder was en nog steeds tot mijn enkels in de blubber stond, begon ik me zorgen te maken. Temeer ik achter me een aanzwellend giechelend geluid waarnam. Weer 100 meter verder kwam het water net krap aan tot knie hoogte. Alvorens de terugtocht te ondernemen heb ik maar wat rond gespatterd. Zwemmen was het niet, maar het koelde wel af. Toen ik terug richting strandje baggerde, zag ik dat er een omvangrijk gezin met veel giechelde dochters naast mijn stapeltje kleding had plaats genomen. Nu kon ik met mijn kont in de modder gaan zitten tot het gezin verdween, maar dat kon wel eens lang duren. Terug lopen met mijn handen voor de edele delen leek me alleen maar voeding aan de vrolijkheid geven. Resoluut terug lopen, dus. Net doen of er niets aan de hand was. Zat niets anders op. Mooie sport dat zwemmen. Maar niet in het Tjûkemar.