dinsdag 5 maart 2013

Het deurenproject

Ik klop op de deur van een steen.
‘Ik ben het, doe open.

Wislawa Szymborska
 

Op het Vliet blies mijn fiets zijn laatste adem uit. Een blik op het barrel leerde me dat het voorbij was. Dus moest ik afscheid nemen van het vehikel. Lopen dan maar. Lopen is best leuk, ware het niet dat er veel tijd in gaat zitten. Maar je ziet wel wat. 
In Leeuwarden vooral erg veel auto’s en deuren. De stad heeft een woningbestand van 50 000 huizen. Er vanuit gaande dat iedere woning 2 deuren heeft, zijn dat 100 000 deuren. Woningen met meer deuren, schuurtjes, bedrijfspanden, horecagelegenheden of bouwwerken anderzijds dus niet mee gerekend. Gezien de hoeveelheid studieobjecten waar ik de komende tijd langs zou wandelen besloot ik een deurenproject op te starten. Deuren van rijtjeshuizen van troosteloze nieuwbouwwijken waren niet interessant voor mijn project. Lelijke eenheidsworst. Soms opgeleukt door een klomp met een vervallen begonia of een beschilderde dakpan. Weinig boeiend voor het onderzoek. Voor het deurenproject heb ik de huizen in de binnenstad genomen en de wijken er direct omheen. Met name schil Oost. Hier is de deur pas wat een deur vermag te zijn. Een barrière tussen het private en publieke domein. Getekend door de tijd. Lagen verf en beschadigingen door het dagelijkse gebruik. In die zin betreft het een historisch onderzoek.
Sommige deuren zijn voorzien van een tekst. De bovenstaande gedicht regel staat gekalligrafeerd op de deur van een huis aan Achter de Hove. Ik fiets of wandel er vaak langs. Het was me nooit eerder opgevallen. Bij nadere inspectie van de deur ontdekte ik een briefje met de tekst "kloppen dus". Conform de gerichtregel. Er zijn trouwens veel deuren met een deurklopper. De klopper is weer helemaal terug. Zelf heb ik al jaren een klopper op mijn deur. Niet dat het bezoek er gebruik van maakt. Bezoek staat meestal op de ramen te meppen. Er zijn ook deuren met een leeuwenkop. Dat zijn pas deuren. 
Een andere tekst die me tijdens de wandelingen bezig hield betrof een deur in de Willem Lodewijkstraat. Een rode deur met een keurig bordje met de tekst “Hier was het niet”. Merkwaardig bordje. Hier woont een misantroop, denk je dan. Deuren vertellen veel over de bewoners van het huis. In ieder geval betreft het hier iemand die niet op bezoek zit te wachten.Trouwens ik trof in de Willem Lodewijkstraat de mooiste deuren aan en is daarmee winnaar van het project. De parallel lopende Spoorstraat aan de andere kant van het spoor had geheel tegen mijn verwachting weer geen leuke deuren. Stond er allemaal wat somber bij.

Dan waren er nog de graffitideuren in het Harmoniekwartier. Die vielen ook wat tegen. Je kunt duidelijk zien dat de gemeente graffitispuiters achter de vodden zit. Ik heb er mooiere graffiti gezien. Het waren nu merendeel haastig geplaatste klieders. Jammer.

zondag 24 februari 2013

De Leeuwarder Harlem Shake



Sinds enige tijd heeft het idee bij mij postgevat dat muziek uit de jaren ’60 en’70, vrolijker is dan wat er vandaag de dag geproduceerd wordt. Het is niet duidelijk waar dit idee op gebaseerd is. Ik zit er al een poosje over te prakkiseren. Misschien is het de overvloed waar we vandaag de dag mee te maken hebben. Of is het een en het ander te commercieel geworden en is muziek te veel een product geworden. Als er iets leuk is dan hoor je het over alle zenders en kanalen en komt het binnen de kortste keren je neus uit. De commercie haalt de spontaniteit er zorgvuldig uit. Het laat geen ruimte voor nieuwe geluiden. Na het zien van de opnamen van de Harlem Shake op zondag 17 februari op het Wilhelminaplein ben ik weer op andere gedachten gekomen...  Vrolijkheid alom. 

vrijdag 18 januari 2013

De ochtenden



Mercurius RTV, de lokale omroep waar ik mijn dagboek aflevering voor maak, maakt moeilijke tijden door. Voorlopig zijn er geen TV uitzendingen. Wel wordt er weer hard gewerkt om het een en ander weer op de rails te krijgen. Ik twijfel er wel eens aan of dat lukt. Voorlopig zullen de afleveringen van mijn dagboek onregelmatiger verschijnen. Ik ben een beetje een zondagochtend filmer geworden. De noodzaak iedere week een aflevering te maken is er niet meer. Andere werkzaamheden zijn op dit moment belangrijker. Gelukkig krijgen we weer alle steun van de gemeente Leeuwarden. Nieuwe hard en software komen er aan. Dat is wel weer hoopvol. Omdat iedereen het Leeuwarder Dagboek graag structureel in de programmering wil houden krijgt het programma een redactie. Hiervoor is een advertentie geplaatst bij de vrijwilligers- vacaturebank. Ik heb daar zelf omgevraagd maar nu heb ik zo mijn twijfels. Maar de afgelopen tijd heb ik weinig gefilmd. Zondagochtend in het Leeuwarder Bos. Dat is alles. We moeten het er voorlopig maar mee doen. 

 

woensdag 2 januari 2013

Nieuwjaar

“In de winterperiode verhuren wij geen kamers, meneer”, antwoordde een mevrouw aan de andere kant van de lijn, op mijn vraag of er gedurende Oud en Nieuw slaapruimte zou zijn in Café het Graauwe Paard in Oude Bildtzijl. Niet dus. Ik heb namelijk de pest aan vuurwerk en had me voorgenomen de rust van het platte land op te zoeken in de periode dat in Leeuwarden de nitraatbommen en lawinepijlen om je oren vliegen. Ik was dit jaar op dit idee gekomen om het nieuwjaarsvuurwerk bij de Oldehove vanaf de Oudebildtdijk te filmen. Geweldig plan. Dat is weer eens iets anders en je hebt mooi het vuurwerk van Stiens erbij.
Vanaf de dijk kun je bij helder weer de Achmeatoren zien, was ik dus achtergekomen tijdens een zomerse fietstocht. Niet zo bijzonder want je kunt het ding door de hele platte provincie tot vanaf de eilanden zien. Bij helder weer. Dus niet als het stroomt van de regen, zoals bij deze jaarswisseling. Je kon de verzekeringstoren nauwelijks vanaf de Kanaalsbrug zien. Achteraf dus blij dat ik niet in Oudebildtzijl op een hotelkamer zat. Die boeren vertrouwde ik ook niet. Ze doen er aan carbidschieten of God weet wat voor rare, lawaaierige, folkloristische nieuwjaarsrituelen die lui er nog meer op na houden. Garantie op authentieke plattelandse rust was er niet. Al met al heb ik het vuurwerk boven Leeuwarden in de regen vanaf de 2de Kanaalsbrug bekeken. De Achmeatoren was nog net zichtbaar.

zondag 18 november 2012

De Kodak TRI-X Pan

De Kodak TRI-X Pan is een snelle zwart-wit emulsiefilm. De film was in de jaren 60 en 70 populair vanwege zijn korrelstructuur. Als je de temperatuur van de ontwikkelaar tijdens het ontwikkelen van de film verhoogde, dan werd de film licht gevoeliger en de korrel groter. De grijstinten verdwenen dan en de negatieven werden hard met alleen zwart-wit. De korrel van de Kodak TRI-X Pan was absoluut mooier dan de korrel van andere hoge gevoeligheidsfilms. De negatieven leenden zich uitstekend voor zeefdrukken. Als je nu tijdens het vergroten het lichtgevoelige papier verving door een zeefdrukraam met licht gevoelige emulsie dan kon je de afbeelding vermenigvuldigen met inkt en rakel. Zeefdruk werd veel toegepast in de jaren 60 en 70. Dit had mede te maken met deze fotografische toepassing.

Voor zover ik het kan overzien gebruikte de onlangs overleden kunstenaar Wim Bors (25 november 2010) toen hij op de Oude Bildtdijk woonde deze techniek. Bors de latere initiatiefnemer van het Media Art Festival exposeerde zijn werk o.a. in de toenmalige Saskiabar. Een kroeg in Sint Annaparochie naast het kerkje waar ooit Remrandt in het huwelijk trad met Saskia van Uylenberg. Bors exposeerde daar zeefdrukken van het z.g. kooitjetipelen. Dit betreft een oude typisch Bildtse sport. Bors maakte foto’s tijdens het spel en maakte vervolgens zeefdrukken volgens het bovenstaande procédé. Slim. Op die manier maakte hij betaalbare kunst waar ook nog de leden van de kooitjetipel- vereniging op stonden die best een kunstwerk waar ze zelf opstonden wilde kopen. Bors verkocht zijn werk in het plat Haags aan de stamtafel. Nu heb ik altijd gedacht dat het kooitjetipelen een Bildtsevariant van het kaatsen is. Dit bleek niet het geval te zijn. Via Google trof ik tussen katknuppelen en pikschieten het volgende aan: Kooitjetipelen (Het Bildt in Friesland): Een houten balletje (kooitje), gelegen op het uiteinde van een wippend plankje, zo ver mogelijk weg laten vliegen door op het andere uiteinde van het plankje te slaan.
 Het folkloristische spel lijkt dus meer een variant van Honkbal te zijn. Het kooitje waarbij ik altijd een vogelkooi voor me zag, blijkt een houten bal te zijn. Het lijkt me in ieder geval een uniek spel. Maar ik ben blij dat het Media Art Festival behouden blijft voor Leeuwarden. Het was wat rommelig maar dat is in het algemeen kenmerkend voor het festival. Vooral als tijdens de expositie iemand een stellage aan het opbouwen of afbreken is. Je weet niet of het de loodgieter is of een kunstenaar die een performance aan het uitvoeren is. Maar dat kan je in het Friesmuseum ook gebeuren. Het is een beetje provincie eigen. Het heeft zijn charme.